Deze website maakt gebruik van cookies

CCE maakt standaard gebruik van functionele en analytische cookies. Overige cookies plaatsen we alleen met jouw toestemming. Je kunt alle cookies accepteren of specifieke keuzes maken via de aangepaste instellingen

Meer informatie over cookies op deze website

Cookie instellingen

Selecteer de cookies die je wilt accepteren. Je kunt meer lezen over cookies en jouw privacy in onze statement.

Cookie-opties

Cookies die noodzakelijk zijn voor het functioneren van de website.

Analytische cookies houden anoniem bezoekgegevens bij die wij gebruiken om onze website te verbeteren.

Analytische cookies die extra tracking van webstieverkeer mogelijk maken om de website te verbeteren. Denk aan het gebruik van Hotjar voor het uitvragen van feedback op onze website.

Cookies van derden, zoals Youtube, Vimeo en Springcast, die worden uitgezet op onze website. Op onze website ontsluiten wij content van deze diensten voor o.a. video’s en podcasts. Deze cookies worden gebruikt om gepersonaliseerde aanbevelingen te geven en advertenties te tonen binnen video’s.

College door professor Rispens

In een college schetst professor Rispens een wetenschappelijk kader voor het gesprek met de Hollandse Meesters dat later zou volgen. In het college bespreekt hij twee wetenschappelijke tradities: de empirisch-analytische traditie en de interpretatieve traditie, en plaatst de Hollandse Meesters in (een van) die tradities. Tevens gaat hij in op de relatie tussen de zorg voor mensen met een verstandelijke beperking enerzijds en wetenschappelijk onderzoek anderzijds.

Jan Rispens

Jan Rispens studeerde pedagogiek in Utrecht. Na zijn promotie vertrok hij naar Groningen waar hij hoogleraar orthopedagogiek werd. In 1990 keerde hij terug naar Utrecht waar hij bleef tot aan zijn emeritaat. Zijn onderzoek richtte zich vooral op de diagnostiek en de (effectiviteit van) behandeling van kinderen met leer- en ontwikkelingsstoornissen. Daarnaast was hij, ook als bestuurder, betrokken bij het ontwikkelen van de organisatie van wetenschappelijk onderzoek op het gebied van de orthopedagogiek.