Een plek waar je mag blijven

Hoe doorbreek je een patroon van handelingsverlegenheid en doorplaatsing? Door veiligheid en onvoorwaardelijkheid te bieden. Dat is eenvoudiger gezegd dan gedaan, maar het kán wel, blijkt uit het project Pro. Onderzoeker Suzanne Lokman en CCE-coördinator en netwerkstrateeg Jeroen Housmans gingen erover in gesprek. 

David is 25 jaar en heeft al op tien zorglocaties gewoond. Nergens weten ze wat ze aan moeten met zijn woede-uitbarstingen en negatieve emoties. Daarbovenop heeft hij een drugsverslaving en hechtingsproblematiek. Hoewel hij al sinds zijn twaalfde professionele hulp krijgt, is pas op zijn twintigste ontdekt dat hij ook een milde verstandelijke beperking heeft. Tegen die tijd liep hij al vast, zowel in de zorg als in zijn leven. 

Het is een voorbeeld uit het proefschrift van Suzanne Lokman, over mannen met LVB+ die in een negatieve zorgspiraal recht zijn gekomen. Vaak speelt een slechte start in hun jeugd en een laat ontdekte verstandelijke beperking daarin een rol. “Ze verbloemen hun beperking, omdat ze normaal gevonden willen worden”, vertelt Suzanne, die in 2025 aan de Universiteit van Tilburg promoveerde. “Maar de behandeling sluit dan niet aan, ze worden snel overvraagd. Dat kan tot frustratie leiden, samen met de psychische problematiek die er al is. Dan begint het doorschuiven.” Op zo’n nieuwe plek herhaalt het probleem zich, terwijl ze door hun onveilige jeugd vaak al moeite hebben met hechting en vertrouwen. 

Ze zijn dus juist gebaat bij een veilige plek die ze echt ‘thuis’ kunnen noemen, die meer is dan wéér een doorstroomplek. Vanuit dat uitgangspunt startte in 2017 project Pro, een samenwerkingsverband tussen drie zorgorganisaties (ASVZ, Pluryn en Trajectum), twee zorgkantoren (VGZ en Zilveren Kruis) en CCE. Er kwamen 24 gespecialiseerde woonplekken voor mannen als David. 

Lokman volgde het project voor haar onderzoek. Jeroen Housmans, coördinator en netwerkstrateeg bij CCE, gaat met haar in gesprek over haar bevindingen. Want ook hij ziet hoe deze groep vaak van de regen in de drup raakt met iedere doorplaatsing: “Het patroon doorbreken begint bij onvoorwaardelijkheid.” 

Grenzen stellen

Onvoorwaardelijkheid betekent niet dat er geen grenzen zijn, benadrukt Jeroen. “Het gaat erover dat mensen ergens mogen wonen en blíjven wonen, dat je hen niet meteen wegstuurt als ze een keer iets fout doen.” Stel, iemand geeft toe aan zijn middelenverslaving en loopt weg om flink te gaan gebruiken. Als hij een paar dagen later weer op de stoep staat, is het volgens Jeroen belangrijk hoe je hem ontvangt. “Niet direct vragen waarom hij dat heeft gedaan, maar eerst rustig welkom heten: fijn dat je er weer bent. Als het stof is neergedaald, ga je het natuurlijk wel bespreken. Maar neem hem serieus, en blijf hem welkom heten.”

Suzanne: “Het gaat erom dat je er bent voor de bewoner: dat je een luisterend oor biedt en hem met respect behandelt. Maar onvoorwaardelijkheid gaat zeker ook over grenzen stellen. Een begeleider die niet duidelijk is of niet zeker van zichzelf, kan geen veilige haven bieden.”

Maar wat betekent dat concreet voor deze cliënten, ‘je veilig voelen’? In een van haar studies legde Suzanne die vraag voor aan vier cliënten en ruim zestig professionals in diverse functies. Antwoorden gingen soms over de fysieke omgeving, zoals fietsongelukjes voorkomen of geen drugsdealers op het terrein. Maar het ging ook vaak over psychologische veiligheid, vertelt Suzanne. “Dan gaat het over relaties opbouwen, en dat een cliënt weet dat hij altijd bij iemand terecht kan. En nog een ander aspect van ‘je veilig voelen’ ging over gezien worden en perspectief voelen. Eén van de cliënten noemde dat heel duidelijk: zich veilig voelen was voor hem vooruitgang boeken in het leven. Dat er iets was om naar uit te kijken in plaats van stil te staan.”

Jeroen: “Dat gaat over menselijke behoeftes die voor iedereen in de basis hetzelfde zijn. Een fijn thuis, goede relaties met vrienden en familie, hobby’s, werk. Een cliënt vertelde me eens dat hij met de bus naar familie toe kon, zoiets normaals was voor hem een groot ding.”

Suzanne: “Wat normaal lijkt, is voor deze doelgroep niet normaal. Deze mensen zijn gewend dat deuren regelmatig op slot zitten, dat ze niet kunnen gaan en staan waar ze willen . In hun leven is vooruitgang niet vanzelfsprekend, maar wel heel belangrijk.”

Jeroen: “Zoals in je proefschrift goed staat beschreven, moet je soms bewust risico’s nemen. Je kan iemand binnenhouden, zodat er niets gebeurt, maar dan gaat hij zich nooit verder ontwikkelen.”

Suzanne: “Nabijheid is belangrijk voor verantwoord risico’s nemen. In die nabijheid kun je als begeleider steeds een stapje terugnemen en kijken hoe dat gaat. Je gaat bijvoorbeeld eerst met de cliënt mee naar de winkel en doet alles daar samen. Na een paar keer wacht je voor de winkel, daarna fiets je mee tot halverwege. Die stapsgewijze aanpak is belangrijk, de uitdaging moet niet direct te groot zijn. Maar bij deze doelgroep zal het altijd met ups en downs gaan, het hangt er sterk vanaf hoe ze in hun vel zitten of iets lukt.”

Jeroen: “Het is ook belangrijk dat je hun eigen wensen serieus neemt. Als iemand zegt dat hij bijvoorbeeld vrachtwagenchauffeur wil worden, kun je direct zeggen dat dat er niet in zit. Maar je kunt ook zeggen: laten we samen onderzoeken wat daarvoor nodig is en kijken hoe ver we komen. Er zijn mensen die veel verder komen dan begeleiders of anderen om hen heen verwachtten. Denk dus vanuit mogelijkheden en behoeftes.”

Suzanne: “Bij Pro was dat ook een van de uitgangspunten: een focus op wat een cliënt nodig heeft, in plaats van op het probleemgedrag.”

Jeroen: “Bij CCE werken we in trajecten vaak aan beeldvorming, inclusief de levensgeschiedenis: wie is iemand? Waar komt bepaald gedrag vandaan? Als je snapt waar iemand vandaan komt, beleef en interpreteer je zijn gedrag vaak anders.”

Ruimte voor reflectie

Toch blijft het een proces van de lange adem om deze groep, gewend als ze zijn aan doorgeschoven worden, zich ergens écht thuis te laten voelen. Suzanne: “Dat krijg je niet binnen een jaartje voor elkaar, gaven begeleiders in mijn onderzoek aan. Dat is met wisselingen in personeel lastig.”

Jeroen: “De schaarste en verloop in teams zal niet minder worden. Dus moet je uitzoeken hoe je die veilige basis behoudt binnen teams, ondanks wisselingen. Het moet minder uitmaken wie er komt werken. Dat moet je wel organiseren, dat gebeurt niet vanzelf.”

Suzanne: “Ik zag in mijn onderzoek dat het verschil maakte als er een sterke teamleider was. Wat daarnaast steeds terugkwam was het belang van fijne collega’s, mensen op wie je kunt vertrouwen. Teambuilding is dus belangrijk. Daarnaast kregen teams bij Pro veel ruimte voor reflectie, er was een stevige ondersteuningsstructuur. Je merkt dat dat iets doet. Om veiligheid aan cliënten te bieden, moeten begeleiders zich zelf ook veilig voelen om zaken bespreekbaar te maken.” 

Jeroen: “Het begint bij de visie in de bovenste laag van de organisatie. Als team wil je dat de directie en bestuur er staan als het nodig is.”

Suzanne: “Klopt. Een team kan nog zo zijn best doen om onvoorwaardelijkheid te bieden, maar als er dan iets gebeurt en van hogerhand wordt besloten dat de cliënt weg moet, dan heeft het geen zin.”

Meedoen 

Ook buiten de zorginstelling helpt het om neuzen dezelfde kant op te krijgen, als je cliënten wilt laten meedoen in de maatschappij. “Neem een werkplek buiten de deur. Ook daar wil je dat onvoorwaardelijkheid op het netvlies staat, zodat iemand niet bij één misstap wordt ontslagen.” Ze zag in haar onderzoek hoe nuttig het is als instanties als de politie deze doelgroep beter leren begrijpen. “Dat moet je al in gang zetten voordat iemand in aanraking komt met de politie. Op het moment dat het escaleert, staat iedereen op scherp en is een open gesprek moeilijk te voeren.” 

Jeroen: “Ik las in je proefschrift een mooi voorbeeld van een wijkagent die regelmatig bij een van de organisaties langskomt, juist ook als er niets aan de hand is. Deze cliënten hebben vaak negatieve ervaringen met justitie en met politie op straat. Sommigen gaan er al vandoor zo gauw ze een agent zien. Dan helpt het als ze de wijkagent kennen.”

Suzanne: “Ja, in dit geval was de samenwerking heel nauw. De wijkagent kwam elke week een paar uurtjes. En de begeleiders bespraken met hem cliënten waarvan ze dachten dat het fout kon gaan. De wijkagent zette dan in het politiesysteem hoe agenten die persoon het beste konden benaderen.” 

Geluk in perspectief

Hoe ingewikkeld het ook is, Pro laat zien dat de vicieuze doorplaatscirkel gestopt kan worden. Geen van de 24 cliënten binnen het project is gedwongen verhuist in de onderzoeksperiode. 

Suzanne: “Het is niet zo dat zij allemaal nu dolgelukkig zijn. Dat kan ook niet als je ziet wat hun context is. Ze hebben vaak nog steeds minder contact met familie dan ze zouden willen, nog steeds niet het werk dat ze het liefst zouden doen of het normale leven dat ze wensen. Dus je moet het zien in het perspectief van waar komen ze vandaan.”

Jeroen: “Ja, je moet er realistisch naar kijken. Hun levensgeschiedenis en beperkingen veeg je niet zomaar van tafel. Dus sommigen komen vooruit, anderen geven hun levensgeluk niet meer dan een zes. Dan kun je zeggen dat ze op een zes ‘blijven hangen’, maar zonder zorg vanuit onvoorwaardelijkheid waren ze daar misschien niet eens gekomen.” 

Maar, zegt Jeroen ook, eigenlijk zou je willen dat projecten als Pro niet nodig waren. “Deze mensen hebben veel meegemaakt en houden hun hele leven een intensieve zorgvraag. Als je er eerder bij bent met goede zorg, kan dat preventief werken.”

Suzanne: “Daar zijn gelukkig wel initiatieven voor. Het kenniscentrum LVB ontwikkelt materialen om de lichtverstandelijke beperking bij deze mensen sneller te herkennen. En hopelijk wordt onvoorwaardelijkheid op meer plekken het uitgangspunt. Want deze mensen zitten ook vaak in sectoren als de GGZ en forensische zorg, waarin meer beheersmatig wordt gewerkt.  Beperken en opsluiten lijkt soms de veilige optie, maar dat is het niet per se.”

Jeroen: “Als je deze mensen niet snapt en je gaat steeds vanuit beveiliging werken, dan kom je continu in conflict. Terwijl je met een iets andere aanpak iemand misschien veel makkelijker meekrijgt.”

 

Suzanne Hofman

In 2018 is Suzanne Hofman bij de Academische Werkplaats Leven met een verstandelijke beperking gestart met een promotieonderzoek naar het project Pro. Pro is een samenwerking tussen zes organisaties gericht op het verbeteren van de kwaliteit van leven van mensen met een licht verstandelijke beperking. Daarbij gaat het specifiek om mensen die door ernstige gedragsproblemen vaak zijn uitgestoten en hebben moeten verhuizen van de ene naar de andere instelling . In het onderzoek kijken we naar ervaringen van bewoners en medewerkers van Pro en naar werkzame elementen bij de uitvoering van Pro.