Het zien van patronen helpt zorgorganisaties vooruit te bewegen

Het vastlopen van een (zorg)situatie ontstaat zelden op één plek: het is de uitkomst van de wisselwerking tussen mensen, relaties, professionals, organisaties en de omstandigheden waarin zij samenwerken. Het lectoraat Zorgdynamieken – Gedrag in context en CCE LAB buigen zich over dat vastlopen, en over wat helpt om er weer beweging in te krijgen. Een gesprek met lector Jessica Vervoort-Schel en CCE-projectleider Tess van Genderen over wat dat tot nu toe heeft opgeleverd.

Het lectoraat is een samenwerking tussen CCE en Hogeschool Rotterdam en onderzoekt in drie onderzoekslijnen wat er in vastgelopen zorgsituaties gebeurt: welke patronen daarin ontstaan, wat die inzichten vragen van het handelen van professionals onder druk, en wat teams en organisaties nodig hebben om te blijven leren. Op 25 september hield Jessica haar lectorale rede, voorafgegaan door vier ZorgLabs over morele stress, organisatiedynamiek, traumasensitief werken en veilige grond.

Wat het lectoraat volgens Jessica, die haar lectoraat combineert met de functie van projectleider expertisemanagement en netwerkstrateeg jeugd bij CCE, onderscheidend maakt, is de toegang tot 37 jaar praktijkervaring van CCE, opgebouwd uit ongeveer tweeduizend casussen per jaar, over vier zorgsectoren heen. "Daar zit een unieke kennisbron van zorgsituaties die vastgelopen zijn, welke terugkerende patronen daarin zichtbaar worden en wat vervolgens de beweging weer mogelijk maakte."

Ze hoopt dat die kennis ook preventief gaat werken, doordat zorgsectoren elkaar onderling voeden. "In verschillende sectoren ontstaan verschillende manieren van kijken en handelen. Door die kennis over en weer te delen, kunnen we van elkaar leren en eerder herkennen wat in een situatie nodig is." Die kruisbestuiving wil ze de komende jaren verder ontwikkelen: door kennis uit het lectoraat te verbinden met het onderwijs binnen Hogeschool Rotterdam, dat landelijk toegankelijk te maken voor praktijk en onderzoek en te vertalen naar concrete handvatten voor organisaties en professionals.

CCE LAB

Hier zien zowel Jessica als Tess een sterke verbinding met CCE LAB, een expertisemanagementplatform, maar ook een manier van denken. Het is de plek waar CCE-ervaring, netwerk, kennisproducten, leervormen en slimme technologie op creatieve en vernieuwende wijze samenkomen om de rijke kennis van CCE te ontsluiten. 

Tess, projectleider expertisemanagement en innovatie bij CCE: "Ik wilde op zoek naar een andere manier om onze kennis over complexe zorgsituaties te organiseren. Eén die recht doet aan de context die we altijd centraal zetten, én aan de patronen die over sectoren heen terugkomen." Anderhalf jaar geleden lukte dat, mede door de mogelijkheden van AI: een ordening van ongeveer 23 clusters. Aan elk cluster hangen factoren in de context, vormen van vastlopen en manieren van in beweging komen die kunnen helpen. Door kennisproducten en inzichten daaraan te koppelen in plaats van aan de kenmerken van één specifieke casus, werden ze opeens veel breder inzetbaar.

Die nieuwe ordening maakte ook iets anders mogelijk: EVA, een eigen AI-assistent. De tool vraagt slim de input van de gebruiker uit, haalt onderliggende patronen naar boven en gaat daarna het gesprek aan: sparren, blinde vlekken zoeken, denkrichtingen verkennen en daar de bijbehorende kennisproducten bij aanreiken. "Geen statische kennisbank", zegt Tess, "maar een sparringpartner die met je meedenkt. Zo kunnen we helpende kennis uit 37 jaar ervaring breed de werkvloer op brengen." 

Het LAB maakt, samen met ontwikkelpartner Helden inc., ook games rondom fictieve zorgsituaties, waarin professionals samen kunnen reflecteren zonder dat het er dik boven ligt. Daarnaast zijn er hackathons en 'snackable' leermodules van maximaal acht minuten. “Hiermee doorbreken we een tot nu toe lineair proces van signaleren, onderzoeken, delen en dan is het klaar", zegt Tess. "Kennis wordt nu continu gevoed, bijgeschaafd en getoetst in de praktijk, waarna de cyclus opnieuw begint. Het lectoraat voedt CCE LAB met onderzoek, theoretische verdieping en de link met onderwijs en praktijk. Tegelijkertijd ontwikkelt het LAB-platform die inhoud door en toetst het in de praktijk. Daarbij kunnen we met LAB signalen en patronen oppikken die terug het lectoraat in kunnen stromen. Zo zijn CCE LAB en het lectoraat in toenemende mate een katalysator voor elkaar.”

Weten is nog geen doen

“Maar, weten is nog geen doen," vult Jessica aan. “Juist nu, met personele krapte, wisselende teams, volle hoofden en hoge werkdruk, zijn reflectie en samen leren harder nodig dan ooit. Tegelijkertijd zijn dit de omstandigheden waarin die ruimte het eerst verdwijnt. Onder druk volgt vaak een begrijpelijke, automatische reactie: sneller controleren, begrenzen, overnemen of meer terugvallen op regels en protocollen.” Daar ligt volgens haar een opdracht die verder reikt dan de individuele professional. “We verwachten terecht reflectief vermogen van professionals, maar organisaties moeten omstandigheden creëren waarin reflectie onder druk mogelijk blijft en daar is lang niet altijd de ruimte en begeleiding voor.” 

Dat brengt haar bij het principe first do no harm. In de zorg is niet schaden het credo in het directe cliëntcontact. Maar dat principe geldt net zo goed voor de manier waarop we zorg organiseren, geeft Jessica aan. “Dat betekent ook voorkomen dat systemen onnodig stress toevoegen. We investeren vaak pas in ondersteuning wanneer het al mis dreigt te gaan. Vanuit een whole-systeemperspectief wil je veel eerder nadenken over wat mensen nodig hebben om onder druk professioneel en reflectief te kunnen functioneren."

"Juist nu, met personele krapte, wisselende teams, volle hoofden en hoge werkdruk, zijn reflectie en samen leren harder nodig dan ooit."

Jessica Vervoort-Schel - Lector Zorgdynamieken - Gedrag in context

Voelbaar maken van complexiteit

Een voorbeeld. Op 15 september startte CCE LAB met een pilot van zeven maanden in Noord-Nederland, in samenwerking met een regionaal consortium. Die pilot draait om het just-in-time-principe: op het moment dat een begeleider voelt dat iets dreigt vast te lopen, wil het consortium daar meteen en op innovatieve wijze expertise op kunnen inzetten. Het programma bestaat uit twee delen. Eerst verkennen teams tijdens de kick-off gezamenlijk de complexiteit van zorgsituaties rond mensen met een VG6- of VG7-zorgprofiel, en de terugkerende thema’s die CCE in deze zorgsituaties tegenkomt, zoals morele stress en zorgdynamieken. Vervolgens ervaren ze dat zelf in een game rond het fictieve verhaal van cliënt Sam, verdeeld over vier levels vol keuzes over dynamieken, risicobeheersing en morele stress, zonder dat er een goed of fout antwoord bestaat: elke keuze heeft winst én kosten, en beïnvloedt zowel het verdere spelverloop als de relatie met Sams moeder. 

“Zo maken we de complexiteit van zulke zorgsituaties voelbaar. Begeleiders voelen het met scènes die trainingsacteurs uitspelen, snappen het met een stukje theoretisch kader en ervaren het zelf met de game”, zegt Tess. “Zo creëren we een goede basis voor gedragsverandering, want na afloop willen we dat mensen met de app EVA aan de slag gaan in de eigen praktijk op het moment dat ze denken: hier dreigt iets vast te lopen.” Eén nuance benadrukt ze daarbij: "Net als bij alle AI-toepassingen neemt de app nooit het professionele oordeel over. Dat blijft altijd aan de gebruiker."

Naar een voorbeeld gevraagd dat hen is bijgebleven, kiest Jessica meteen voor de werksessie van het consortium Trauma Informed Care. Spelers kregen een gefingeerde werktelefoon en moesten beoordelen of een fictieve zorgorganisatie aan het principe first do no harm voldeed, bijvoorbeeld of er structureel op vrijheidsbeperkende maatregelen werd gereflecteerd. Wat een gedragswetenschapper onder de deelnemers vooral trof: het gesprek dat ze in die fictieve telefoon las, tussen een ouder en een begeleider, leek sprekend op gesprekken die ze in haar eigen, echte werk gewoon tegenkomt. "Dit soort vraagstukken bespreken wij normaal aan de managementtafel", zei ze, "maar hier lees ik het terug als een gesprek dat ik zo in mijn eigen telefoon zou kunnen hebben zitten." Tess: “Het gaat precies om die vertaalslag. Games maken het systemische gat tussen beleid en praktijk zichtbaar. Het geeft daarbij een handvat om laagdrempelig te reflecteren op de eigen praktijk.”

 Jessica herinnert zich vooral de energie onder de deelnemers: "Er werd geen lange uitleg gegeven. Mensen pakten hun telefoon, gingen spelen, en binnen een half uur ontstonden allerlei inzichten. Je zag iedereen alert worden en meedoen." Voor haar illustreert dat hoe een zorgpraktijk een lerend systeem kan worden: door verschillende perspectieven zichtbaar te maken, samen te onderzoeken wat er gebeurt en daarvan te leren. “Samen leren betekent voor mij niet dat iedereen hetzelfde moet gaan denken. Juist door verschillen naast elkaar te leggen, kunnen we meer zien en beter begrijpen wat er nodig is.”

Twee zijden van één medaille

Voor Tess en Jessica horen het lectoraat en CCE LAB onlosmakelijk bij elkaar. "Ik vind het mooi dat het echt voelt als twee zijden van dezelfde medaille", zegt Tess. In 2027 staat kortcyclisch ontwikkelen, toepassen, onderzoeken en bijstellen centraal, in nauwe samenwerking met verschillende partners. Daarbij willen Jessica en Tess systematisch volgen wat de aanpak en de leervormen teweegbrengen, wat werkt, voor wie en onder welke omstandigheden. Over de eerste ervaringen zijn ze positief. “We moeten blijven onderzoeken, leren en bijstellen. De eerste ervaringen zijn veelbelovend en geven alle aanleiding om dit verder te ontwikkelen en systematisch te onderzoeken.”

Tekst: Ronella Bleijenburg