Hoe kunnen informele netwerken en sociale innovaties bijdragen aan duurzame zorg? In deze aflevering van ExpertTales gaan we in gesprek met Tarek el Gamal, strategiepartner voor organisaties en leiders in onder andere de zorg. Daarnaast is hij mantelzorger voor zijn zoon Julian die een verstandelijke beperking heeft. Zijn persoonlijke ervaring geeft hem een unieke kijk op de balans tussen professionele en informele zorg.
Samen met CCE-coördinator Marah Katerberg en host Tess van Genderen verkennen we de verschuiving van een verzorgingsstaat naar een netwerkmaatschappij. Een samenleving waarin familie, vrienden en buren een steeds grotere rol spelen in de zorg – soms uit noodzaak, want het systeem piept en kraakt - maar gelukkig ook vaak vanuit intrinsieke motivatie en de wens om voor elkaar te zorgen.
Wat betekent dit alles voor de toekomst van de zorg? Welke uitdagingen én kansen brengen deze ontwikkelingen met zich mee? Hoe vinden we balans tussen professionele en informele zorg in een veranderend landschap?
Een inspirerend gesprek over sociale innovaties en de kracht van ‘noaberschap’ – de gedeelde verantwoordelijkheid om samen zorg te dragen voor elkaar.
Luister naar ExpertTales
Te vinden in je favoriete podcast app! Abonneer je op de serie en krijg een seintje als er een nieuwe aflevering online staat. Laat ook een review achter - dan help je anderen het programma ook te vinden.
Je luistert naar een podcast van Centrum voor Consultatie en Expertise.
“Ik denk dat heel veel mensen ook wel een bepaalde drempel zien, en ik zou best iets willen betekenen, maar ik weet niet of ik dat wel kan, of ik dat wel durf. Hoeveel tijd vraagt het dan van mij? Wordt er dan een claim op mij gelegd? Doe ik het dan wel goed? Ik denk dat allerlei drempels, mensen ook allerlei drempels opwerpen voor zichzelf. En het kaderen dus ook. Ja, en de tweede is ook het kaderen, dus mensen meenemen in hoe je betekenis zou kunnen geven, en wat dat van je vraagt, en kaderen bijvoorbeeld in termen van: het kan ook gewoon in één keer per week anderhalf uur. Ik noem maar wat.”
Wat vraagt probleemgedrag van jou als zorgverlener in de dagelijkse praktijk? Hoe doe je dat goed met je team? En welke kansen liggen er in ontwikkelingen buiten het zorglandschap? Wat kunnen we leren van elkaar? In deze CCE Podcast ga ik, Tess van Genderen, met verschillende mensen in gesprek over dit en meer. Voor experts, door experts. Welkom bij ExpertTales.
Hallo lieve luisteraars, welkom bij een nieuwe aflevering van ExpertTales, de Podcast waarin we met verschillende experts duiken in de wereld rondom probleemgedrag, en van alles wat daarmee samenhangt.
Ik zit hier vandaag weer met twee nieuwe boeiende gasten aan tafel, links van mij Tarek el Gamal. Welkom, fijn dat je er bent, leuk. En Marah Katerberg, wij zijn collega's. Ik zal jullie zo even voorstellen, want wij kennen elkaar inmiddels maar dat geldt voor de luisteraars natuurlijk niet. En we gaan het vandaag met elkaar hebben over sociale innovaties rondom het vraagstuk eigenlijk van: hoe kunnen we de zorg vormgeven naar de toekomst toe op een duurzame manier. Hoe kunnen we duurzaam blijven organiseren? We hebben het over sociale innovaties, over technologische innovaties en alles wat daarmee samenhangt. Marah, ik begin heel even bij jou. Wij zijn collega's bij CCE, jij bent coördinator, en je bent nog steeds logopediste, Physician Assistant. Je loopt al even mee in het zorggebied. In welke sector heb je vooral veel gewerkt?
Marah:
Ik heb vooral gewerkt in de zorg voor mensen met een verstandelijke beperking.
Host:
Oké. En als jij terugblikt op jouw 10, 15 jaar als professional, welke ontwikkelingen in jouw vakgebied vallen jou dan het meeste op? Of welke houden jou het meeste bezig?
Marah:
Je had het net over technologische ontwikkelingen en ik denk dat mensen dan vaak heel erg denken aan grote, bijzondere, meeslepende dingen, dat je echt technologie de zorg laat vervangen en dat soort zaken. Maar wat mij altijd het meest heeft gefascineerd zijn juist de kleine oplossingen, omdat mensen die op een woongroep werken, of die een behandelaar zijn dat die iets zoeken waarvan ze denken: ja maar dit moet beter, slimmer kunnen, en daar dan technologie voor inzetten en dat dat dan gewoon op een heel klein stukje, maar gewoon heel goed werkt. Als je bijvoorbeeld kijkt naar communicatie. Als iemand met een iPad leert praten, je kan niet goed praten en jezelf niet goed duidelijk maken, maar die kan gewoon uit twee dingetjes op een iPad kiezen van: ik wil kaas op mijn brood, ik wil ham op mijn brood. Ja, dat is heel klein, maar dat kan voor iemand heel groot zijn. En dat zijn juist de dingen die me altijd dan heel erg bijblijven, dat iemand van denkt: ik ga het gewoon proberen. En dan werkt het, soms.
Host:
Mooi! Hé, over die technologische ontwikkelingen, mogelijkheden, innovaties, you name it, daar gaan we het later nog over hebben. Ik ga even naar mijn andere kant, Tarik, welkom. Jij bent strategiepartner voor organisaties en leiders van zowel software als non profit bedrijven in het Rijk, in de zorg. En je zit hier aan tafel omdat jij ons maar niet alleen ons, een hele grote schare aan andere mensen hebt geïnspireerd met een post op LinkedIn. Die is viraal gegaan, mag ik wel zeggen, van de zomer. En op die post is een foto te zien van jou, en jij brengt je zoon naar bed. An sich misschien dat je denkt, dat doe ik ook. Maar dat is bijzonder want jouw zoon is 50 kg inmiddels ruim en 18 jaar.
Tarek:
19 inmiddels al.
Host:
19 inmiddels, kijk! Jij vertelt in die post over jullie gezin, over jouw rol als mantelzorger voor je zoon Julian. En je haalt wat zorg en wat kansen aan over de duurzame zorg richting de toekomst. Kun je ons even meenemen. Wat heeft je bewogen tot het schrijven van die post en wat heeft het losgemaakt?
Tarek:
Nou ik, ik schrijf niet heel vaak posts op LinkedIn, om daarmee te beginnen dus. De aanleiding was eigenlijk de foto die mijn vrouw nam de avond van tevoren en dat is een foto inderdaad van mij en mijn zoon, waarbij hij in mijn armen hangt, en ik hem naar bed brengen. En dat is een onderdeel van een ritueel, wat als ik hem naar bed breng altijd op die manier plaatsvindt. En dat ritueel is wel heel belangrijk voor hem. Dat geeft een bepaalde structuur en rust, maar het is ook een geluksmoment, zeg maar, voor hem, en voor mij ook. En wat mij deed beseffen, die foto was eigenlijk dat Julian heel veel van dit soort rituelen kent, die hem heel veel bieden, zeg maar eventjes. En degene die het ritueel ook bijdragen, want die ook, dus ik in dit geval, en die rituelen voor hem heel belangrijk zijn in het kader van natuurlijk zijn structuur, zijn rust, maar ook wel zijn ontwikkeling. En mijn zorg zit eigenlijk als ik kijk naar hoe de zorg zich nu ontwikkelt, gehandicaptenzorg in dit geval, en wij ook langzaamaan ouder worden, hoe we die rituelen dan naar de toekomst toe in stand gaan houden? Dus hoe gaan we ervoor zorgen dat hij die rituelen, en nieuwe rituelen ook krijgt aangeboden, zeg maar, in een nieuwe situatie. En het tweede wat me, wat in de post ook wel naar voren komt, is het proces van acceptatie, wat ik zelf besefte. En dat is het accepteren van hulp van niet-professionals. In dit geval twee vriendinnen van ons, Ilse en Kim, die al enige tijd bij ons op de deur stonden te kloppen, en ik eigenlijk degene was die het tegenhield iedere keer, omdat ik dacht, nee, dit is mijn probleem. Onze verantwoordelijkheid. Wij moeten dit oplossen met zorgprofessionals. En aan de andere kant wetende dat dat helemaal niet meer realistisch is. Alleen het lastig vinden om die hulp te accepteren. En uiteindelijk in die posts ook wel geschreven dat het me uiteindelijk wel gelukt is om het te accepteren en dat ik daarna met name tot het inzicht ben gekomen dat Julian degene die, ja voor hem zorgt, ook heel veel te bieden heeft.
Host:
Ja, daar komen we zo nog verder op. Want één van de andere dingen, je zet jezelf dus ook neer, mensen op LinkedIn, een professioneel platform, daarin gaat het toch vooral vaak over je werk, strategiepartner. Je doet mooie dingen bij organisaties. Maar in één keer heb jij jezelf ook neergezet als mantelzorger. Ik las ook wel veel herkenning en erkenning. Wat voor reacties heb je daar op gehad?
Tarek:
Ja ik was verbaasd over het aantal reacties. Ik vond het ook best wel een dingetje om het op LinkedIn te zetten. Je stelt je best kwetsbaar op. Uiteindelijk heb ik iets meer dan 9000 reacties gehad en ook heel veel commentaren ook met name, en dat vond ik ook wel heel bijzonder, want in die commentaren las ik inderdaad terug, enerzijds dat andere ouders of verzorgers zich herkenden in mijn verhaal, en dus ook wel heel plezierig vonden dat er op deze manier ook wel weer een stem aan gegeven werd. En wat een andere, wat ik ook wel heel belangrijk vond, was dat er ook wel heel veel mensen waren die de post hadden gelezen, en zich op voorhand eigenlijk helemaal niet bewust waren dat dit ook achter heel veel voordeuren speelt. Dat er heel veel gezinnen zijn met een bepaalde zorgtaak. En wat dat vraagt, en welke zorgen je daarbij hebt. En dat die, nou, alleen al door een reactie achter te laten, ook een stukje waardering laten zien.
Host:
Ja, mooi. Ja, want je zegt ook, van, je deelt zorgen over de duurzaamheid ervan en je stelt, denk ik, ik citeer het even, de tijd van de vanzelfsprekende geïnstitutionaliseerde zorg is voorbij. We moeten echt meer naar elkaar gaan omkijken, minder praten en meer doen. En je refereert er denk ik dus ook bij aan die twee vriendinnen van jullie, Ilse en Kim, als ik het goed heb. En kun je ons even meenemen, jouw zoon Julian die heeft een verstandelijke beperking. Waarom is het zo belangrijk om de balans die jullie nu hebben gevonden ook zo te borgen en te continueren.
Tarek:
Omdat de zorg naar de toekomst toe het niet kan waarmaken, en dat besef is er al langer, en je natuurlijk gaat nadenken over wat zijn nou de oplossingen? En dat doe ik vanuit onder andere ook een rol in cliëntenraden, waar we het veel met de zorginstelling ook hebben over: hoe kun je dat nou vormgeven? Want het houdt jezelf als ouder natuurlijk ook heel erg bezig. Wij worden ook langzamerhand ouder, en dan wil je toch kijken hoe je je kind een plek geeft in de maatschappij, waarin er goed voor hem gezorgd wordt. En ik denk dat met name, nou ja, het besef eigenlijk wat Ilse en Kim hebben laten zien, en het inzicht dat Julian aan hun ook heel veel te bieden heeft, dat heeft me wel doen beseffen dat we samen best die zorg kunnen vormgeven. Dat ik daar misschien iets meer in geloof dan voorheen, toen iedereen riep: participatiemaatschappij, en we moeten gewoon maar voor elkaar gaan zorgen, dat ik dacht, nou, hoe dan, wie dan, en waarom zou iemand dat doen? En nu, het geeft me wel antwoord op de waarom-vraag, dat er ook heel veel zingeving zit in het zorgen voor een ander.
Host:
Ja, over zingeving daar komen we straks nog uitgebreid over te spreken. Marah, ik ben even benieuwd, kun jij vanuit jouw rol als coördinator ook duiden wat de invloed is van een context op iemand zoals Julian?
Marah:
Ja zeker, alles, zou ik bijna willen zeggen. En ja, we houden ons bij CCE veel bezig met zoals we dat noemen Probleemgedrag, omdat we er misschien nog geen beter woord voor hebben gevonden. Maar het probleemgedrag is nooit van een cliënt alleen. Die is altijd, die ontstaat in een context. Er is altijd een omgeving die bestaat uit verschillende mensen, verschillende plekken en samen maak je alles om de cliënt heen. En als er probleemgedrag is, dan is dat ook In de context, zeg maar. Dus als jij een fijne plek creëert, zoals ik dat hier hoor, waarbij je de rituelen, alles, ja, alles houdt elkaar en goed gedrag en fijn gedrag in stand, dus als je, ja, dat is niet, dat staat nooit los van elkaar. Het is nooit alleen, het begint nooit alleen bij die cliënt.
Host:
Herken je dat? Kun je daarover iets zeggen?
Tarek:
Zeker ja. Die balans is heel belangrijk, op het moment dat die balans weg is, dus op het moment dat er geen ruimte meer is voor die rituelen, die aandacht, die zorg, waardoor Julian die rust en die regelmaat heeft, dan verandert Julian ook in een andere persoon.
Host:
Kun je daar iets over vertellen? Wat gebeurt er dan?
Tarek:
Ja, ik denk, als hij zich onbegrepen voelt, en niet meer veilig, dus die basis weg is, aandacht niet meer krijgt, dan zal hij afwerend gaan reageren tot aan het agressieve toe, om het zo toch maar te zeggen. Dus dan gaan we een jongeman zien die probleemgedrag vertoont, zoals ze dat dan zeggen, en vervolgens waar mijn angst dan zit, is dat we daar dan vervolgens weer interventies op gaan plegen, al dan niet met medicatie, om dat gedrag weer te kunnen beheersen. Terwijl het voorkomen kan worden. Alleen, dat vraagt wel een bepaalde inspanning, om dat in stand te houden ook, wat jij zegt, Marah.
Host:
Ja, en het past natuurlijk ook wel in waar we het vaker over hebben, en wat ook vanuit CCE een belangrijk speerpunt is in het werk wat we doen, is dat ieder mens daarin een fijn leven verdient en een fijn thuis, en ook de veilige grond kan ervaren om ergens te zijn en te blijven, en zich daarop te kunnen ontwikkelen. Tarek, jij haalt ook aan, door aan de voorkant dingen al anders te organiseren, kunnen we misschien wel dus preventief probleemgedrag voorkomen. Jij voelt die behoefte als vader, je voelt ook de urgentie als ook een vader die langzamerhand ook ouder wordt. Marah, wat zie je daarvan in de consultatiepraktijk, in die preventie en het al dan niet doen daarvan?
Marah:
Kijk, CCE wordt regelmatig ingeschakeld wanneer het al best wel, wanneer er al best wel probleemgedrag is. Dus wanneer er een vastgelopen situatie is, of een vastgelopen situatie dreigt, en dus dan is preventie alweer een stapje verder. Alleen wat we wel proberen is juist in onze consultaties ook preventief te voorkomen dat iemand bijvoorbeeld wordt doorgeplaatst. Er zijn, we noemen dat binnen CCE en binnen een groter zorglandschap noemen we het de veilige grond, dat betekent dat we heel graag een, ja, veilige vaste plek willen bieden en dat hoor je Tarek net ook zeggen. Als het voorspelbaar is voor Julian, en hij weet waar hij aan toe is en hij kent de mensen om hem heen, daar doet hij het goed op. En dat heeft te maken met zijn veilige grond en dat is nu nog thuis. Misschien in de toekomst wordt dat een andere plek, maar je hoopt dat je een plek voor iemand vindt, en daar wil je ook met zijn allen samen aan werken om op die plek te blijven, dat iemand kan blijven. Niet iemand wordt doorgeplaatst of weer een nieuwe plek, want dat is, ja, voor de persoon zelf absoluut niet fijn. Het voelt toch als een faalervaring als je weer ergens anders moet gaan wonen. Dus je wil heel graag met elkaar, ja, dat is toch een soort van preventie. Er voor blijven zorgen dat iemand op de goede plek zit, en dat je de zorg soms een beetje moet aanpassen als dat niet zo blijkt te zijn, maar dat je toch echt je best doet om iemand op de goede plek te krijgen en te houden.
Host:
En dat tegelijkertijd, dat zeggen wij, dat is natuurlijk ontzettend ingewikkeld, want de druk in de zorg is hoog. Dat zien jullie natuurlijk ook, en je wil vanuit je beste kunnen dat zo goed mogelijk organiseren en het is ook heel lastig als je al aan de top van je kunnen zit met de krapte, en je krijgt je roosters niet rond, en ernstig probleemgedrag, dat doet wat met je, ook als zorgverlener. Maar ik hoor jou dus ook wel zeggen van, het is wel belangrijk om het te blijven doen, en jou ook, omdat je, we creëren anders eigenlijk iets wat zichzelf ook een beetje in stand houdt.
Tarek:
Ja, dat denk ik ook. Ik denk dat je ook de motivatie weghaalt bij zorgverleners op het moment dat je die aandacht niet meer kunt besteden. En dat binnen de tijd die je hebt, dus het gaat deels ten koste natuurlijk van de ontwikkeling van de bewoner of cliënt, om het zo maar even te zeggen. Maar het gaat ook ten koste van, ja, het werkgeluk, zeg maar, van de medewerker, van de zorgmedewerker.
Host:
Ja, en Tarek, jij zegt, je durft Julian misschien ook wel steeds minder los te laten. Dat vind je eng, hij wordt groter. Je ziet dat het bij de zorg ingewikkelder wordt, maar de behoefte, de noodzaak is er ook. Jullie hebben, wat je vertelde, hulp gekregen uit niet-professionele hoek. Hoe is dat tot stand gekomen?
Tarek:
Nou, dat is tot stand gekomen doordat in eerste instantie Ilse eigenlijk het is gaan aanbieden.
Host:
En Ilse is een vriendin van jullie?
Tarek:
Dat is een vriendin van ons, ja. En later heeft Kim zich daarbij aangesloten. Maar Ilse die, ja, die gaf heel nadrukkelijk aan: ik wil gewoon iets voor jullie kunnen betekenen. En ik wil daar niets voor terug hebben, en ik wil daar best een stukje voor rijden, want ze woont niet bij ons om de hoek. En dat vond ik heel lastig, en mijn vrouw had er wat minder moeite mee, want die zag wel de oprechte, de oprechtheid ervan. Ik vond het heel lastig.
Host:
Wat vond je er moeilijk aan?
Tarek:
Nou dat ik toch wel heel sterk het gevoel heb dat Julian onze verantwoordelijkheid is. En niet het probleem van een ander mag worden, en dat we professionele zorg hebben in Nederland waarmee ik het eigenlijk zou moeten kunnen bolwerken, die ervoor betaald worden. Dus dat ik ook niet het gevoel heb dat ik een ander ermee belast, terwijl ik wel ontlast wil worden. Dus dat is het dubbele. En ja, het mooie is eigenlijk dat zij het helemaal niet zien als een belasting, maar zien als iets wat ze ook heel veel brengt, en heel veel plezier aan beleven. En dat ben ik pas later gaan inzien, op het moment dat ze al een tijdje bij ons in huis voor hem kwamen zorgen.
Host:
Hoe ziet dat eruit?
Tarek:
Ja, ze komen om de week, dus Ilse of Kim is er iedere week een middag, en dan zorgen ze voor hem. Ze bouwen dus ook hun eigen rituelen met hem op. Ze hebben een eigen activiteiten. Hij maakt ook een eigen koppeling met hen. Dat vind ik dat, dat biedt hun heel veel, want daarmee voelen ze zich ook wel op een bepaalde manier natuurlijk speciaal voor hem, maar zij zijn ook heel speciaal, andersom. Doordat ik dat ben gaan beseffen, en dat ik ook heb gezien dat zij echt er iets uithalen, en er echt plezier aan beleven. En het is echt wel een stukje hun intrinsiek motiveert om iedere week toch weer te komen. Ja, dat is voor mij echt wel doorslaggevend geweest. Waarbij ik dacht, nou, dit is wel een manier waarop we het samen met meer mensen kunnen gaan organiseren. En als ik even terugkijk naar die post, en ik zie mensen die het zich voorheen niet bewust waren, maar nu denken, oh ja, er zijn ook mensen die dit leven hebben. Dan denk ik nou, misschien is dat voor hun ook een eerste opstapje om na te denken over: wat zou ik dan kunnen betekenen voor een ander?
Host:
Ja, en je hebt het over intrinsieke motivatie. Vanuit jouw professie als expert heb je het ook veel over purpose. We proberen Engelse termen altijd een beetje te vermijden, dus ik heb gezocht naar een vertaling, maar ik was eigenlijk een beetje onbevredigd over wat dat, Nederlands bekt dan toch even iets anders, dekt de lading niet helemaal. Het komt er eigenlijk op neer en corrigeer me als ik het mis heb, het is eigenlijk een doel, maar dan echt een doel wat je persoonlijke drijfveren echt aanspreekt, en dus waarvoor je ’s ochtends uit je bed komt, om het zo maar te zeggen. We hebben het er net al even over gehad, de druk op de zorg is hoog. Je hebt het enerzijds dus over druk op het systeem, anderzijds ook over purpose. Marah, jij bent zo’n professional. Ik ben wel even benieuwd, wat is jouw purpose?
Marah:
Ja, mijn, dan heb je het echt wel een beetje over levensdoel. Waar kom je ’s morgens je bed voor uit. Maar ik vind, dat is voor mij wel echt kunnen helpen. Dus van betekenis kunnen zijn, van waarde kunnen zijn voor de ander, en dat hangt bij mij altijd meteen samen met het samen doen met andere mensen. Dus ik heb absoluut niet de illusie dat ik iets kan oplossen in mijn eentje. Dat gaat altijd samen met een team en daarom vind ik mijn werk als coördinator bij CCE ook zo mooi, omdat je nooit alleen komt. Je gaat wel alleen vaak het eerste gesprek in, met de aanvrager van de consultatie, maar daarna ga je een team om je heen verzamelen van mensen waarvan je denkt, goh, die heeft nou echt iets speciaals, die kan iets dat gaat hier helpen, bij deze persoon, bij dit gezin, bij deze zorginstelling, hebben ze hier behoefte aan. En die mensen, daar ga ik dan samen mee weer terug naar het team die een hulpvraag heeft, en dan proberen we met elkaar, ja, er weer beweging in te krijgen, zeg maar. En dat samen doen, dat is wel echt mijn doel. Echt met het idee dat er altijd wel, hoe klein ook, wel iets te verbeteren is. Ergens wel altijd een knopje om aan te draaien dat je denkt, ja, nu is het toch beter dan het was. En soms is dat iets heel groots, soms iets heel kleins, kun je van tevoren ook niet vaak voorspellen. Maar dat, ja, dat je samen iets kunt bewerkstelligen, dat is wel echt mijn doel. Dat je het samen doet, en dat is wel mooi om aan te haken op wat Tarek net zei. Wat ik ook heel belangrijk vind in mijn werk is dat het ook gewoon is, dat het gewoon voelt, dat het eigenlijk een beetje is alsof de buurman om een consultatie vraagt. Dus dat je, dat het niet, het is niet iets ingewikkelds, of iets groots. Je hebt een hulpvraag en ik kom je gewoon helpen. En het mooie vind ik, als je het hebt over sociale innovatie, elkaar helpen. Ik kom uit het Oosten van Nederland. En daar heb je zoiets als noaberschap, noem je dat. En dat betekent eigenlijk gewoon dat je je buurman helpt als die je hulp nodig heeft, en dat je daar niet moeilijk over doet. Dat doe je gewoon. Vroeger woonden mensen verder uit elkaar, had je maar twee buren. Allebei op een kilometer afstand, stel ik me dan zo voor, en als die mensen jou nodig hadden, meer in de omgeving was er niet, dan ging je ze gewoon helpen. Als de koe in de greppel zat of zo. Maar dat bestaat eigenlijk bij ons nog steeds wel een beetje, dat idee van, ja, als iemand jouw hulp nodig heeft, dan help je die. Nu zeg ik dat heel makkelijk. En ik kan me alles voorstellen wat Tarek net vertelde over dat je denkt, ja, maar dit is zo ingewikkeld, dat ga ik niet van iemand anders vragen.
Host:
Terwijl Kim en Ilse die hadden dat wel. Die vonden dat wel heel normaal, eigenlijk, om die hulp, die reikende hand te doen.
Tarek:
Ja, maar deels vonden ze het ook wel heel spannend.
Host:
Ja?
Tarek:
Ja, dat is, dat heeft te maken met het onbekende toch wel denk ik. Een jongen zoals Julian, zeg maar, met een meervoudige beperking, ernstig verstandelijke beperking, heeft veel gebruiksaanwijzing. En als je dan al niet gewend bent om kinderen op te voeden, dan is, ja, een kind als Julian natuurlijk nog wel extra bijzonder.
Host:
Want ze hebben beide geen kinderen?
Tarek:
Eén daarvan heeft een gezin, de ander niet, althans geen kinderen. Dus ja, voor haar was het mogelijk, zeg maar, op veel fronten nieuw.
Host:
Ja, ook een stukje inderdaad pedagogisch, hoe ga je dat nou doen?
Tarek:
Ja, maar ook de verzorging, ik bedoel, Julian is niet zindelijk. Dus dat zijn allemaal dingen waarvan, nou ja, goed, zij het ook gewoon aangegaan is. En heeft gezegd, ja, vertel het me maar. Ik ga het gewoon aan en ik probeer het.
Host:
En is het gelukt om dat dus nu normaal te maken?
Tarek:
Ja, dat is gelukt, ja.
Host:
Dat zijn Julian dan verschonen alsof het normaal is?
Tarek:
Ja, dat betekent ook dat wij in de uren dat zij er zijn ook daadwerkelijk even weg kunnen gaan om een boodschap te of iets anders. We hoeven niet in de buurt te blijven, en dat zijn de niet professionele zorg mensen.
Host:
Hé en Marah, hoe breng jij, hoe doe je dat als je je het hebt over, ik wil bijna het normale, de normale omgang met elkaar?
Marah:
Ja, ook een bepaalde sfeer neerzetten, zeg maar, denk ik, in een gesprek. Kijk, als je met het idee al komt van nou, nu komt het CCE, die komt het wel even vertellen. Ja, dat is natuurlijk niet zo. Ik bedoel: we weten veel, maar we weten echt niet alles, en we weten ook, we komen ook niet op een presenteerblaadje de oplossing brengen. Maar je komt wel in een situatie vaak terecht waarin mensen echt met de handen in het haar zitten. En waarin er probleemgedrag is, mensen vastlopen en ik denk dat het wel heel belangrijk is om dan vooral ook erkenning te geven. En erkenning betekent niet per se meehuilen of zo, maar wel erkenning geven dat het gewoon heel erg ingewikkeld is. En ik kan me ook voorstellen dat het daarom zo lastig is om het uit handen te geven. Het is gewoon ingewikkeld: de zorg voor mensen met een verstandelijke beperking, met probleemgedrag is soms gewoon pittig en ingewikkeld. En daar heb je niet meteen een antwoord op. Maar door dat ook meteen te vertellen en samen toch te gaan kijken van oké, nee, misschien hebben we geen toverstok, geen antwoord, niet pasklaar. Maar we gaan wel met elkaar kijken en ook door samen die zoektocht aan te gaan, denk ik dat je wel erkenning geeft voor het probleem. En ja, als het past en het lukt, dan vind ik een beetje humor erin brengen, ook altijd wel heel fijn.
Host:
Ja, dat is wel jouw geheime ingrediënt, om een beetje die sfeer erin te brengen.
Marah:
Ja, dat moet natuurlijk wel passend zijn. Ja, als het echt even heel zwaar en pittig is, is het gewoon echt even heel zwaar en pittig. Maar als we er wat luchtigheid in kunnen brengen, dan ben ik de eerste die daar, ja, die daarvoor gaat, ja.
Host:
En werkt dat vaak goed, heb je daar, zie je dan ook dat er, ik kom aan zelf uit een familie waarbij, eigenlijk de mooiste familiefeesten die ontstonden eigenlijk altijd na een begrafenis. Dat iets heel tragikomisch, maar dan konden we elkaar maanden of soms wel jaren niet zien, en dan overleed er iemand, en dan was het daarna eigenlijk altijd, dan gaan we nog even een bakkie doen bij een andere tante, en dan was iedereen er, want iedereen nam afscheid, en dan ontpopte zich eigenlijk een soort van feestje en we lachten harder en we huilden nog eens wat, en die twee liggen heel dicht bij elkaar ook.
Marah:
Ja, juist als het even heel erg zwaar is geweest is er daarna, lijkt er ook wel eens wat meer ruimte te zijn voor luchtigheid. Als je een enorm dikke huilbui hebt gehad, dan ga je daarna ook vaak, is er ruimte om toch ook weer te lachen, en ik denk dat dat, ook als het even heel zwaar en pittig is, en je gaat even met z'n allen inzitten en zeggen, nou, sjonge jonge, het is gewoon echt even helemaal niet leuk wat hier nu gebeurt, dan kan er daarna ook ruimte ontstaan om juist wel die luchtigheid erin te brengen. Dat kan ook weer een eerste stapje zijn dat iedereen toch denkt, oké, toch ergens weer wat energie gevonden om ervoor te gaan.
Host:
Ja, dat zijn allebei grote emoties. En ik kan me ook nog wel voorstellen dat het ook wel bijdraagt, je hebt het een paar keer al genoemd, gelijkwaardigheid, daarin is humor natuurlijk ook een heel fijn middel om tot elkaar te komen, om de afstand te overbruggen, wat belangrijk is in consultatie, kan ik me voorstellen.
Marah:
Nou ja, en je hebt het natuurlijk, in een consultatie heb je, het gaat over de cliënt of de bewoner, maar het is ook het kind of de broer of de zus of je vader of de moeder. Dus het is ook iemand die heel dichtbij de mensen staat en dan is er dus altijd emotie. Dat gaat niet zonder. Daar kan je niet zonder emotie over praten. Dus die erkenning, die is wel heel belangrijk, als het om een van de belangrijkste personen in iemands leven gaat.
Host:
En tegelijkertijd kan ik me ook dus voorstellen als het dus, wat je zegt, het is soms gewoon echt even helemaal niet leuk. Dat die zingeving waar jij het eerder over had, Tarek, de purpose, wat volgens mij voor veel mensen in de zorg een belangrijke drijfveer is om überhaupt de zorg in te gaan, dat die ook wel echt in de verdrukking komt. Hoe kijk je daar tegenaan? Heb je daar, heb je dat wel eens gemerkt met Julian, of?
Tarek:
Jazeker, ik bedoel, we hebben het natuurlijk over de zorg zoals we die thuis nu organiseren. We hebben in het verleden ook Julian regelmatig op verschillende plekken laten logeren en dat is ook wel heel wisselend gegaan. Van heel goed tot echt slecht, van alles in meegemaakt. Dat maakt ons ook wel wat voorzichtig nu tegenwoordig. Omdat we hebben gezien dat daarin op het moment dat medewerkers, ik denk inderdaad kiezen voor de zorg vanuit een bepaalde overtuiging, omdat ze voor iemand willen zorgen, wat je ook zegt. Van waarde willen zijn op het moment dat die ruimte er niet meer is, dan wordt het toch een beetje productiewerk, zeg ik altijd maar. Maar dan verliezen ze eigenlijk in het werk hetgeen wat hun de meeste plezier geeft, wat hun de meeste voldoening geeft. En wat ik heb gezien in organisaties is dat ze door tekort aan personeel en door tekort aan financiën, heel efficiënt bijvoorbeeld gaan plannen. Met de vliegende keep tussen twee huizen, zodat ze eigenlijk op papier de zorg kunnen verlenen zoals ze die minimaal zouden moeten verlenen. Maar er zit dan ook weinig rek meer in als er iets geks gebeurt. Maar er zit ook weinig ruimte meer in om bijvoorbeeld een keer met Julian te gaan fietsen.
Host:
Maar dus ook, ik hoor je ook zeggen rek in de planning, omdat die zo strak gepland is. Weinig ruimte voor een stukje, iets wat specifiek Julian blij maakt, maar ook denk ik rek in de mentale weerbaarheid of, nou ja, hoe je als professional ook zwaar werk vol kunt houden en dat het ook leuk blijft vinden nog wel belangrijker. Ik bedoel, volhouden is misschien wel het minimale, maar je wil ook die voldoening eruit blijven halen.
Tarek:
Ja, dat wordt steeds minder leuk op het moment dat de tijd er niet meer is om met een cliënt één op één echt iets te kunnen doen en daar iets voor te kunnen betekenen, dan wordt het inderdaad alleen maar verzorgen, eten geven, verschonen, naar bed brengen, en weinig andere speciale dingen. Dus dan, als je het hebt over rituelen, ga je niet je eigen rituelen opbouwen.
Host:
Nee, en dan verlies je ook de connectie.
Tarek:
Dan verlies je de connectie, Julian heeft in dit geval, als ik het over Julian heb, krijg je steeds minder invulling ook in zo’n weekend, dat hij bijvoorbeeld ergens logeert. Die gaat dan automatisch ook ander gedrag vertonen. Uit verveling, hij voelt zich onbegrepen, voelt zich niet gezien.
Host:
En dat is wat jij ook zei, die context is daarin dus heel erg belangrijk. Eigenlijk aan Julian verandert er niks. De context verandert, en het gedrag verandert mee.
Tarek:
Ja, wat ik heb meegemaakt, een heel specifiek voorbeeld is één woonhuis waar Julian logeerde. Het eerste jaar, anderhalf jaar ging het hartstikke goed. Op een gegeven moment liep de druk in het woonhuis zo op, dat daarna de één na de andere zorgmedewerker die ik gewoon kwalitatief heel goed vond, zei van ja, ik kan hier niet meer mijn ei kwijt, ik krijg hier niet meer de voldoening van die ik wil, dus ik ga wat anders doen, en dan zie je dat daar, nou, in dit geval flexers voor terugkomen, of jongerenzorgmedewerkers die veel minder, zeg maar, die verbinding hebben met als team zijnde, wat je ook zegt, of gezamenlijk een eigen mores hebben van hoe verzorgen wij hier. Hoe geven we hier de zorginvulling, daar de ruimte ook niet voor krijgen. Ja, dan wordt het opeens een heel ander, het is hetzelfde woonhuis, maar de zorg is opeens relatief een heel ander niveau. En dat kan zo van de één op de andere dag daarmee, zeg maar, veranderen.
Host:
Hé, en zonder tekort te willen doen aan dat productie, efficiëntie ook, natuurlijk manieren zijn om zorg te kunnen blijven bieden in de krapte et cetera, hoor ik jou dus echt zeggen van, of een appèl op vooral sfeer, connectie. Marah, in onze consultatiepraktijk van CCE zien we steeds vaker dat krapte of niet stabiele teams, niet-volledige teams eigenlijk nu meer standaard is dan uitzondering. Toch, hoe doorbreek je dat je weer uiteindelijk toe werkt naar die purpose, dat je dat weer kan gaan aanboren? Hoe doe je dat in een consultatie, heb je daar een voorbeeld van?
Marah:
Ja, hoe doe je dat? Je probeert wel dat doel ook weer aan te spreken. Dus je gaat toch mensen vragen van, maar waarom vind je dat zo leuk? Of, en ja, eigenlijk de vraag die jij ook stelt, wat is je purpose, wat is je doel, waarom ben je hier nou begonnen met werken, en dan probeer je toch gewoon eigenlijk even weer iemand, nou ja, de lichtjes in de ogen zeg maar aan te zetten, dus dat je, ik begin ook heel vaak met de vraag van, wie is iemand en vertel, waarom is iemand nou zo leuk? Vertel nou eens waarom jouw cliënt nou, wat is daar nou zo leuk aan? Wanneer moest je het laatst ontzettend met of om diegene lachen? En dan zie je wel vaak iemand, nou ja, een beetje opveren en zeggen, oh ja, maar toen, weet je nog? En dan hoop ik altijd dat er een beetje zoiets ontstaat rondom de tafel dat men zegt, oh ja, goh, ja nou! Je verliest dat vaak als het ingewikkeld wordt, want dan ga je focussen, heel logisch, op dat wat er allemaal niet goed gaat. Maar als je iemand weer een beetje kunt helpen om het fijne en het mooie te zien, dan hoop je eigenlijk weer een beetje die purpose terug te krijgen. En daar zijn natuurlijk heel veel voorwaarden voor nodig. Ik bedoel, het is niet dat je dat nou in een vingerknip weer terugkrijgt en dan loopt het allemaal weer lekker. Er is een reden waarom dat op een gegeven moment een beetje in een vergetelheid is geraakt. Dus je moet met elkaar kijken, waar komt dat nou van, en kunnen we dat verbeteren? Maar als je dat weer een beetje kunt pakken met elkaar van, oh ja, waarvoor waren we ook alweer op aard, dan is dat echt wel een goed begin.
Host:
Is dit ook voorwaardelijk om een consultatie te laten slagen, als het vastloopt?
Marah:
Nou ja, dat is wel iets wat we vaak aan het begin vragen van, goh, hebben jullie tijd en ruimte, in je hoofd ook ruimte, om te investeren in deze consultatie? Het kost geen geld, maar het kost wel inzet. En als je met zijn allen helemaal uitgeblust bent, je ziet het gewoon even echt niet meer, dat kan natuurlijk ook gebeuren, dat mag ook, dan is dat wel stap één, om met elkaar te kunnen doen. Want we verwachten natuurlijk wel wat, van die context, om ook weer samen verder te gaan. En soms moet je van ver komen om het weer een beetje te laten lopen. Maar, ja, het is wel, dat is wel een voorwaarde.
Host:
Ja, en wat jij nu beschrijft, van, wanneer moet je heel erg om iemand lachen of wat vind je nou zo leuk aan diegene, dat is ook wat jij natuurlijk beschrijft met Kim en met Ilse, dat zij het inmiddels ook gewoon heel leuk vinden met Julian, en daar ook intrinsiek gemotiveerd zitten, en zin in hebben, in dat ze er weer mogen zijn. Je doet dus eigenlijk beiden een oproep voor, het weer normaal maken, noaberschap, zeg ik het zo goed?
Marah:
Noaberschap, denk Ilse de Lange, noaberschap.
Host:
Oké, ik kom er wel, ik kom er wel. En, want je schetst daar, het is ook nodig, want het huidige systeem loopt een beetje, loopt op zijn tandvlees. Dat is gewoon niet meer houdbaar, dus er moet iets veranderen in het systeem. Dan ben ik wel even benieuwd, wat is er volgens jullie dan nodig om dat gedaan te krijgen? We hebben het al even gehad over randvoorwaarden, wat zijn randvoorwaarden voor vriendinnen of mensen die misschien nu wel luisteren, om dat uiteindelijk om te kunnen zetten in dat ze misschien ook wel een naaste mantelzorger eens in de zoveel tijd kunnen ontlasten? Wat moeten we dan doen, Tarek?
Tarek:
Ik denk: onbekend maakt onbemind. Misschien moeten we daarmee beginnen, en ik weet dat wel de nodige organisaties zijn die daar aandacht aan besteden, maar ik denk dat heel veel mensen ook wel een bepaalde drempel zien in: ik zou best iets willen betekenen, maar ik weet niet of ik dat wel kan, of ik dat wel durf, hoeveel tijd vraagt het dan van mij? Wordt er dan een claim op mij gelegd? Doe ik het dan wel goed? Ik denk dat er allerlei drempels, mensen ook allerlei drempels opwerpen voor zichzelf.
Host:
En het kaderen dus ook.
Tarek:
Ja, en de tweede is ook het kaderen, dus mensen meenemen in hoe je betekenis zou kunnen geven en wat het van je vraagt. En kaderen bijvoorbeeld in termen van: het kan ook gewoon in één keer per week anderhalf uur, ik noem maar wat.
Host:
Tarek: jij zegt: onbekend maakt onbemind. Ik ga er wel op aan, want met dat je het zegt realiseer ik me ook dat ik in elk geval in mijn nabije omgeving niemand ken zoals Julian. Maar ik zie ook niet echt vaak iemand zoals Julian. Heb je daar een verklaring voor?
Tarek:
Nou ja, een aantal, ik denk een jaar of 15 geleden of zo is heel erg de trend geweest om kinderen ook zoals Julian met ernstige beperkingen, zeg maar, te integreren in de wijken, maatschappelijk, en we zien nu langzamerhand de trend komen dat weer die ommekeer gaande is. Ja, waarom je er niet mee bekend bent is denk ik ook wel, omdat dat, omdat je er letterlijk misschien niet mee te maken hebt, en je moet het ook opzoeken. Ze zoeken jou natuurlijk niet op. Je zal ze ongetwijfeld wel in het straatbeeld zien, denk ik.
Host:
Ja, maar dus is niet zo heel veel, nee.
Tarek:
Nee. Nou, misschien is dat wel omdat hun leven ook wel heel gestructureerd is met zorg thuis, met vervoer naar een dagbesteding, op de dagbesteding je programma draaien en dan vervolgens weer met vervoer terug naar huis. Dus wellicht zijn de momenten ook om ermee in aanraking te komen, ook op die manier redelijk beperkt gemaakt, ook wel in het belang van de persoon zelf. Je zal misschien eerder de licht verstandelijk gehandicapten zien die in allerlei organisaties werken, zeg maar, waar je wel eens een koffietje gaat drinken of een brownie gaat eten bijvoorbeeld.
Host:
Ja, en we hebben het, het gaat vaak over inclusie tegenover exclusie. Hoe zit dat in jouw optiek dan voor kinderen zoals Julian?
Tarek:
Nou ja, met integrerende wijken, dus zorg bieden in de wijk, dan heb je het over inclusie, want net als Julian nu thuis woont, iedereen in de wijk kent Julian. Als we met hem rondgelopen wordt met de rolstoel. Op het moment dat we vanuit efficiency oogpunt, want die trend zie ik nu weer terug gaan, toch weer naar instellingsterreinen, want dat is dan handiger, als we de doelgroep met ernstig verstandelijk beperkten bij elkaar zetten, want dan hebben we daar alle zorgen omheen en alle faciliteiten, en dan kunnen we de zorg efficiënt, dan onttrek je ze toch wel weer uit het straatbeeld. Je onttrekt ze ook wel weer, vind ik, uit de maatschappij. Dus in die zin, ja, vrees ik dan dat we ook wel weer een beetje richting exclusie gaan. En dat jij ze nu al weinig ziet en in de toekomst nog minder of misschien wel helemaal niet meer zult zien. Dus als je het dan hebt over ‘onbekend maakt onbemind’ , ja dan...
Host:
Wordt de drempel alleen nog maar hoger eigenlijk.
Tarek:
Dat denk ik wel. Ik denk dat het ook heel goed is om er juist wel bewust van te zijn, van alle kwetsbaren in de maatschappij, en hen onderdeel laten uitmaken van de maatschappij. En kijk hoe je daar juist met elkaar voor kunt gaan zorgen, in plaats van dat je dat ..
Host:
Nou ja, het werkt ook twee kanten op, want inderdaad, Julian verdient het om onderdeel te zijn van de maatschappij, maar Julian heeft ook wat toe te voegen.
Tarek:
Zeker! Dat zie ik dus ook met Kim en Ilse, wat hij voor hen betekent. En ik denk dat dat voor veel mensen geldt, ik denk dat veel mensen in hun leven op zoek zijn naar zingeving. Ik denk om het maar zo even te zeggen, met de nieuwe generatie misschien nog wel wat meer dan voorheen. En ja, dat dat dus ook wel kansen geeft om daar op in te spelen. Maar dan moeten we wel kijken hoe we dat bij elkaar brengen. En ik denk, als je naar de zorg kijkt naar de toekomst toe, te zeggen, die staat onder druk, het is niet meer betaalbaar, het kan niet meer zoals het op deze manier gaat: daar ben ik het over eens. Maar ik denk ook dat je daar invulling aan kan geven door te kijken hoe je mensen op een vrijwillige basis als mantelzorger onderdeel kunt laten uitmaken van dat zorgsysteem, waardoor het weer wel wat betaalbaarder wordt, nog even los van de technologische innovatie.
Host:
Ja en dan is eigenlijk samenvattend zeg je ook: onbekend maakt onbemind, dus elkaar vinden daarin. Je hebt het ook over betere voorlichting, en dus ook het kaderen, van, wat houdt het in? Ik wil me misschien wel committeren voor een uur per week boodschappen doen.
Tarek:
Precies ja.
Host:
Dat vind ik wat minder intimiderend dan wanneer ik denk, oh, moet ik Julian dan straks naar bed brengen, of dat soort dingen. En Marah, jij hebt ook veel ervaring met kinderen zoals Julian. Zijn er ook nog andere praktische dingen, we hebben het over de zorg gehad, wat daarin anders kan. We hebben het gehad over wat ik anders zou kunnen doen. Marah, jij hebt ook veel ervaring met deze doelgroepen. Je komt door het hele land. Heb jij ook nog, we hebben het nu gehad over wat de zorg kan doen, wat ik kan doen. Maar wat zijn nog andere dingen die bedrijven of andere plekken waar mensen samenkomen op kunnen pakken om dit te faciliteren?
Marah:
Ik denk dat inclusie wel iets is waar heel veel mensen zonder dat ze dat misschien in de gaten hebben, iets mee kunnen doen. Wat je nu bijvoorbeeld ziet is een hele mooie ontwikkeling, dat er veel plekken zoals pretparken, dierentuinen zijn, die nu verschoonplekken maken voor mensen die liggend verschoond moeten worden. Als ik Julian als voorbeeld neem, die zit in een rolstoel. Die kan niet staan, dus als je die wil verschonen, dan moet je die even neerleggen. En iedereen is wel eens op een invalidetoilet geweest in een theater, bioscoop, dierentuin of pretpark. Dat zijn prima ruimtes, alleen daar kan je niet iemand neerleggen en er zijn toch best wel heel veel mensen die dat nodig hebben. Dus er zijn nu steeds meer toiletten met dat soort faciliteiten, en ja, die zorgen er dus voor dat gezinnen met een kind met een ernstig meervoudige beperking dus gewoon een dagje naar de dierentuin of naar een pretpark kunnen, en niet na twee uur alweer weg moeten omdat iemand naar het toilet moet. Dus ik denk dat dat echt een prachtige ontwikkeling is, en dat zijn volgens mij nu nog vooral grote pretparken, dierentuinen, bedrijven die dat doen, maar ik denk dat dat op plekken waar, die wat kleiner zijn, kan je dat natuurlijk ook doen.
Host:
Ja, en het organiseren van purpose of meer dat integreren met bijvoorbeeld werk, want jij bent ook gewoon iemand met een goede baan, Tarek. Dat is best wel intensief qua urenverdeling.
Tarek:
Dat is het, en mijn vrouw bijvoorbeeld die heeft, ja, is op een gegeven moment gestopt met werken, omdat het niet meer kon, dus dat belast het gezin wel enorm, en ergens moet je ook wel blijven werken en wil je dat ook wel. Maar het moet ook wel mogelijk zijn, ja.
Host:
Ik moet namelijk ook denken aan het meer in gaan voeren van bijvoorbeeld vierdaagse werkweken, dat daar ook meer ruimte voor komt om dit met elkaar te gaan doen, voor mantelzorg zelf, maar ook voor mensen die misschien met zo'n extra dag wel, dat de drempel ook weer verlagend is om het noaberschap te bieden.
Tarek:
Er is een organisatie die inderdaad naar 4 dagen per week is gegaan onlangs.
Host:
Ja we gaan het zien, wat het gaat doen.
Tarek:
Waarbij ze medewerkers 5 dagen betalen en zeggen, die vijfde dag mag je een invulling geven. Ja, dan zou ik wel graag zien dat we daarop instappen en zeggen nou, dat kan ook een invulling zijn met een maatschappelijk karakter, in welke vorm dan ook. Dus dat zou heel mooi zijn.
Host:
Ja, daar zullen we de aankomende periode vast meer inzichten over onze kant op krijgen. Van, wat doet het nou, en wat heeft dat voor een effect. We hebben het er al een aantal keer aangestipt, en ik wil het er toch even over hebben. Technologie, wat kunnen we daar nog mee dan?
Tarek:
Ja, ik denk heel veel, en volgens mij gebeurt er op dat vlak heel veel. Ik zie er niet altijd alles van terug als ik heel eerlijk ben, ik bedoel de slimme luier is er al heel lang, alleen Julian heeft hem nog niet.
Host:
Wat houdt de slimme luier in?
Tarek:
Dat is een luier die, daar zit een strip in met een sensor, en die geeft aan wanneer de luier verzadigd is.
Host:
En dat krijg ik dan binnen op mijn telefoon of op mijn tablet?
Tarek:
Op een of andere manier krijg je dan in ieder geval een signaal, en nou moet het niet zo zijn dat de technologie de zorg overneemt, maar het kan wel enorm ondersteunen. Nu is het zo dat Julian regelmatig gecheckt moet worden, en op regelmatige tijden verschoond wordt, maar tussentijds is er natuurlijk ook van alles gebeurd. Net als bij een klein baby'tje is dat net zo. Ja, dat kost gewoon tijd. Dat geeft hem ongemak. Maar het is ook eigenlijk heel inefficiënt. Nou, dat is een heel simpel voorbeeld waarvan ik denk, nou dat zou al enorm helpen. Aan de andere kant denk ik ook, als we kijken naar zoals we allemaal, of veel van ons met de smartwatch rondlopen en die technologie zich steeds verder ontwikkelt en we alles van ons lichaam weten, hoeveel rust we moeten nemen, hoeveel stress we hebben, ja, dat zijn ook dingen die kinderen als Julian, wanneer loopt de spanning op, lichaamstemperatuur, hartslag? Misschien wel nog wat omgevingsvariabelen erbij. Als je dat soort dingen slim zou kunnen combineren, dan heb je veel eerder zicht op hoe comfortabel is hij, en moet ik daar nu extra aandacht aan besteden? Of is hij heel prettig en kan ik mijn aandacht verdelen ergens anders naartoe? Ja, dit zijn denk ik wel oplossingen naar de toekomst toe die helpend gaan zijn zonder dat het daarmee ten koste gaat van de zorg. Ik denk juist dat het de zorg kan helpen.
Host:
Ja, want er komt meer ruimte voor die connectie, waar die zo belangrijk is.
Tarek:
Ja, dus waar ik dan wel op hamer, is dat dat we dus niet dan ook meteen weer moeten gaan snijden in, we hebben nu die technologie. Dus nu kunnen we wel weer verder snijden in de mensen.
Host:
Ja, het is een mooi bruggetje, want in de volgende aflevering van ExpertTales, dat is vast even een teasertje, spreken we hierover verder, zeer uitgebreid met Simone Heilijgers van Vilans en een collega van ons, Theo van Mil, coördinator bij CCE, die zich veel bezighoudt met de inzet van technologie in de zorg en in de consultatiepraktijk, waaronder bijvoorbeeld zo'n slimme sok inderdaad die spanning meet, en wat dat te bieden heeft. Daar gaan we het dus nog heel uitgebreid over hebben.
Tarek:
Misschien, ik zei het net heel flauw, die slimme luier die is er wel, maar we hebben hem niet. Dat heeft ook deels te maken met het systeem, zeg maar, dat die binnen instellingen wel beschikbaar is, maar voor kinderen zoals Julian die thuis wonen, die voorziening nog niet geregeld is, en dat heeft misschien ook weer te maken met financiering of dat soort zaken. Maar feit is wel, we hebben er al heel lang over. Hij heeft het niet.
Host:
Nee, als je het over zorg en technologie je hebt, dan is ook de oproep: maak het ook beschikbaar als je het dan hebt ontwikkeld, dan kunnen we het ook gebruiken.
Tarek:
Kijk, ik heb al heel vaak gezegd, waarom is het er niet, kost het, is het te duur dan misschien wil ik wel daar een bijdrage aan leveren. Omdat ik het misschien wel belangrijker vind om hem die comfort te geven. Dat is het me misschien dan wel waard.
Host:
En tegelijkertijd is het natuurlijk ook een luxe of een privilege dat je je kunt veroorloven. Het zou natuurlijk niet uit moeten maken of je dat kan betalen of niet.
Tarek:
Precies. Ja, ik zeg het en ik en ik denk ook gelijk, het moet wel voor iedereen toegankelijk zijn.
Host:
Ja, maar ik snap hem wel.
Tarek:
Ik zou er wel iets voor willen laten om dan dat mogelijk te maken.
Host:
Omdat je ook weet, ik krijg er iets voor terug, namelijk meer ruimte voor mooie dingen met Julian, en dat gunnen we volgens mij allemaal.
Tarek:
En zijn geluk ook met name. Comfort is ook geluk.
Host:
Ja, absoluut. Een laatste vraag nog even, Tarek, je bent vader van Julian, je bent mantelzorger, je zit in de cliëntenadviesraad bij de Driestroom, maar we hebben het al een paar keer gezegd. Jij bent daarnaast ook strategisch adviseur en ik citeer wederom even, jij helpt organisaties te ontwikkelen en te veranderen als ze vastlopen of een nieuwe fase in moeten of willen met het oog op groei. En je ondersteunt bij het implementeren van nieuwe strategieën. Marah, ik herkende dat wel een beetje.
Marah:
Ja, dat snap ik ja. Want dat is wat CCE eigenlijk ook doet. We helpen om een nieuwe weg in te slaan als het vastloopt, of dreigt vast te lopen. En dus eigenlijk lijkt dat heel veel op elkaar.
Host:
Consultatie is meer een ontwikkeltraject bij bevroren situaties, vaak waarin meer zorgmiddelen beschikbaar zijn.
Tarek:
Wat mij aansprak, Marah, is dat, daarstraks had je het over jullie consultatietrajecten waarin je vooral heel goed kijkt.
Marah:
Ja, en de tijd neemt. We krijgen wel eens te horen, het duurt lang. Ja, dat klopt ook soms, want als je in de situatie komt waar het vastloopt, dan ga je, wil je snel resultaat. Dus je gaat best wel snel nieuwe dingen proberen en wij proberen altijd met elkaar te vertragen, even stil te staan en even te kijken: wat is hier nu eigenlijk gaande? Wat gebeurt hier, en wat kunnen we doen? En we merken dat dat het beste lukt als je met elkaar de tijd neemt om dat samen op een rustige manier te doen. Dat gaat soms wel een beetje tegen onze natuur in ook hoor, want het is natuurlijk wel zo: als iets in de fik staat, wil je het blussen. Dus dat moet je dan even loslaten omdat je, nou ja, door ervaring wel leert om het rustig te bekijken, en niet meteen in paniek te raken. En het even gewoon met elkaar op een rustige manier gade te slaan, dat het dan beter lukt.
Tarek:
Ja, dat is wel mooi dat je dat zegt want in mijn professionele werk, zeg maar, heb ik het bij organisaties ook heel veel over purpose, dus waarom doen jullie nou wat jullie doen? En bedrijven zijn dat soms na een jaar of 20 vergeten. En eigenlijk, vandaar uit die verbinding weer maken, dat zorgt ook dat medewerkers denken van ja, waarom zit ik hier eigenlijk, en hoe wil ik hier een bijdragen aan leveren. En dat is volgens mij hetzelfde in zo’n consultatietraject, dat je ook kijkt naar de betreffende persoon die het moeilijk heeft. Wat heeft hij nodig? Waarvoor zitten we hier met zijn allen? Dat is eigenlijk om te zorgen dat, ja, dat die persoon weer zijn geluk vindt en zijn rust.
Marah:
Ja, zijn kwaliteit van leven weer wat omhoog krijgt.
Tarek:
Zijn kwaliteit van leven, ja.
Marah:
En wat heeft de omgeving in die context nodig, om dat te kunnen faciliteren, dat is ook mooi. Hé, en vanuit die ervaring vanuit jouw expertise, Tarek, jouw expertise als dus alles uit dat rijtje wat ik net noemde, wat zou jij aan de managers, de leidinggevenden, begeleiders, bestuurders, alle soorten zorgverleners mee willen geven, die nu luisteren.
Tarek:
Ik zou eens willen vragen om zich wat meer te richten op het informele systeem. De informele kant van het systeem, zeg maar eventjes, dus dan heb ik het echt wel eventjes over de vraag stellen: waarom doen we nou wat we doen? En hoe geven we dat vorm met elkaar, dus dan heb je het over normen en waarden, een stukje cultuur, want volgens mij is dat iets wat enorm bijdraagt aan kwaliteit van zorg, en wat minder blind te staren, zeg maar, op productie, misschien moeten we dat woord sowieso wel schrappen in de zorg, wat mij betreft.
Marah:
Dat halen we uit de vocabulaire.
Tarek:
Ja, dat zou heel fijn zijn, want dat maakt ook wel dat het, ja, dat het meer, steeds meer op een productieomgeving gaat lijken. Ik bedoel, die associatie roept het bij mij ook al op, terwijl het daar in de zorg toch echt niet om gaat. Dus dat zou, dat is denk ik wel mijn wel mijn belangrijkste oproep, om, ja, om gewoon weer goed te gaan kijken wat je ook zegt, Marah, naar wat hebben we hier nou eigenlijk te doen, voor wie, en hoe kunnen we dat binnen de bestaande mogelijkheden en middelen realiseren, en daarin ben ik ervan overtuigd dat er heel veel mogelijk is.
Host:
Ja, en bezieling, purpose, het doel.
Tarek:
Absoluut, dat ligt eraan ten grondslag, zeker.
Host:
Het levert je, bezieling kost je niets, en het levert heel veel op.
Marah:
Precies.
Host:
Ik wil jullie allebei hartelijk bedanken voor dit fijne en inspirerende gesprek. Ik hoop dat de luisteraars, dat net zo hebben ervaren als ik, en dat de mensen die niet in de zorg zijn, in de zorg zitten, toch ook eens gaan nadenken over of zij een stukje purpose in, nou ja, in dit sociale systeem kwijt kunnen. Zoals ik al zei, volgende keer hebben we, gaat het verder over zorgtechnologie, dus ik nodig jullie van harte uit om dan weer in te schakelen en voor nu dank jullie wel.
Marah:
Heel graag gedaan.
Tarek:
Ja, het was heel fijn om hier te zijn, dank je wel.
Abonneer je op ExpertTales, dan krijg je een seintje als er een nieuwe aflevering online staat. Vind je deze podcast interessant, laat dan een reactie achter of sterren in jouw favoriete podcast app. Dan help je anderen ook deze podcast te vinden.
Vragen of opmerkingen over deze podcast? Neem contact met ons op via via expertisemanagement@cce.nl