In aflevering drie van de CCE-podcast ExpertTales spreekt Esmaralda van ’t Net in gesprek met Vanessa Olivier-Pijpers over 'Bewegen bij Probleemgedrag'. Vanessa, orthopedagoog en projectmanager complexe zorg, deelt haar inzichten over de invloed van organisatiecontext op probleemgedrag en de noodzaak van samenwerking binnen teams. Met Esmaralda bespreekt ze hoe zorgprofessionals vast kunnen lopen en weer in beweging kunnen komen door aandacht voor dynamieken en de onderlinge interactie.
Een gesprek vol praktische handvatten voor zorgprofessionals om probleemgedrag te begrijpen en samen aan te pakken, met aandacht voor zowel de cliënt als het team.
Luister naar ExpertTales
Te vinden in je favoriete podcast app! Abonneer je op de serie en krijg een seintje als er een nieuwe aflevering online staat. Laat ook een review achter - dan help je anderen het programma ook te vinden.
Je luistert naar een podcast van Centrum voor Consultatie en Expertise.
“Ik vind het altijd bijzonder als teams zeggen, oh ja, maar bij ons is er geen gedoe. We begrijpen elkaar, we zijn altijd het eens met elkaar. Dan gaat er bij mij een signaal af. Dat klopt niet.”
Wat vraagt probleemgedrag van jou als zorgprofessional in je dagelijkse praktijk? Hoe doe je dat goed met je team, waar loop je tegenaan, en wat betekent probleemgedrag eigenlijk. In deze CCE podcast ga ik, Esmaralda van ’t Net, met professionals in gesprek over dit en meer voor experts, door experts. Welkom bij ExpertTales.
Hi, ik zit hier vandaag met Vanessa Olivier-Pijpers. Goedemorgen. We gaan het hebben over bewegen bij probleemgedrag. Wij kennen elkaar want je bent een bekende van de CCE. Maar voor de mensen die jou niet kennen, kan je iets over jezelf vertellen?
Vanessa:
Jazeker, ik ben van huis uit orthopedagoge, en ik heb tot anderhalf jaar geleden bij het CCE gewerkt in verschillende rollen, en in die tijd ben ik heel veel bezig geweest met: wat is nou de invloed van die organisatiecontext op probleemgedrag bij mensen met verstandelijke beperkingen en eigenlijk in alle sectoren wel trajecten gedaan, projecten gedaan om te kijken, wat maakt dat mensen zo met elkaar kunnen vastlopen? Maar wat maakt het ook dat ze weer in beweging met elkaar kunnen komen. En op het moment werk ik als projectmanager complexe zorg binnen Ipse de Bruggen, waarin ik het ook gewoon weer in de praktijk kan brengen binnen de organisatie.
Host:
Ja, zo verspreid jij jouw kennis door heel Nederland. Ik zei het al, we gaan het hebben over bewegen bij probleemgedrag. Ik heb gemerkt dat die term nogal verkeerd of anders geïnterpreteerd kan worden. Zo stond ik ooit op een congres met een stand met dat boek, Bewegen bij Probleemgedrag. Die ligt hier ook op tafel. Een groen boek, en dat iemand ook zei ja, want bewegen is heel belangrijk, om te voorkomen dat mensen probleemgedrag... Dat is natuurlijk ook waar, maar jij bedoelt “Bewegen” hier anders.
Vanessa:
Absoluut, ja, bewegen is natuurlijk de eerste reactie: oh, we moeten lopen, rennen en we moeten ergens naartoe. Maar bewegen bij probleemgedrag gaat eigenlijk over situaties van probleemgedrag waarin je met elkaar zit, en hoe voorkom je dan dat je met elkaar weer vastloopt of gaat vastlopen? Hoe krijg je weer beweging in de situatie en hoe doe je dat met elkaar? Heel vaak horen wij, of hoorden wij binnen het CCE, jeetje, we hebben heel veel geprobeerd en we hebben A gedaan, en B gedaan. We hebben een nieuw team neergezet of we hebben de huisvesting opgeknapt, een nieuwbouw, maar elke keer komen we weer met deze groep cliënten in dezelfde situatie, waarin we toch wat handelingsverlegen raken. Het lijkt wel gewoon letterlijk hier in de muren te zitten, waar we bijna niet meer uit, wie ook de gedragskundige of de manager is. Nou, dat is natuurlijk niet waar. De stenen houden niet vast dat je handelingsverlegen raakt. En wat wij hebben gezien tijdens het project waar Bewegen bij Probleemgedrag een onderdeel van is. dat het zit tussen mensen, hoe gaan we met elkaar om? Hoe doen we de dingen? Dus het zit tussen de neuzen, hebben wij nu, het zit echt niet in de muren. Het gebeurt in de interactie tussen de betrokkenen die samen met de cliënt heel veel willen, maar niet altijd lukt om beweging daarin te krijgen.
Host:
Dus je maakt een beweging van het zit tussen de muren naar het zit tussen de neuzen. En hoe wordt dat ontvangen? Want ik kan me ook voorstellen dat tussen de muren zeggen van, iets ligt buiten jezelf, ligt in de situatie, en de stap naar tussen de neuzen, wat is daarvoor nodig, om dat dan ook echt op te pakken, of te zien?
Vanessa:
Ja, als je hoort, het zit hier in de muren, is het vaak meer dat mensen weinig perspectief zien. Niet meer weten, wat kunnen we nog werkelijk waar anders doen om deze situatie te keren? Het gaat vaak niet over: het lukt niet, of het is de schuld van, maar meer de onmacht die daarin spreekt. Ik heb er geen invloed meer op. Ik weet het niet meer. Het zal dus wel in deze muren zitten, want dat is het enige wat ik nog kan bedenken.
Host:
Het is een andere manier van zeggen: we weten het niet meer.
Vanessa:
Ja, eigenlijk wel. En dat is ook heel terecht, want je komt ook gewoon in een situatie waarin er heel veel incidenten, je collega's in het ziekenhuis belanden of burn-out raken omdat ze heel loyaal zijn naar de cliënt, maar eigenlijk niet verder komen in de ontwikkeling met een cliënt. Op het moment dat je het gaat hebben over: we doen dit met elkaar, en het is niet alleen aan jou begeleiden, het is niet alleen aan de dagbesteding of alleen aan de gedragskundige om hier verandering in te brengen, maar het zit tussen ons en hoe wij met elkaar kijken en hoe wij de dingen met elkaar doen. Dat geeft wat lucht, omdat je dan ook weer om je heen gaat kijken, hé, kijk nou eens, er zijn hier gewoon nog 20 mensen bezig om deze situatie te veranderen. We hebben geen toverstokje, we hebben geen wonderpil, maar we zijn het wel met zijn allen aan het doen. En dat besef is werkelijk heel erg helpend om te ervaren dat je er niet alleen voor staat, dat het niet allemaal op jouw schouders ligt. Dus tussen de neuzen geeft al heel veel gevoel daarin.
Host:
En hoe kom je daar?
Vanessa:
Hoe kom je daar? Verschillende manieren. Wat ik in de praktijk nu veel zie, als je kijkt naar wat is nou complexe zorg? Wat zijn die situaties van probleemgedrag? Want ik zeg het heel bewust. Het zijn geen cliënten met probleemgedrag, maar het zijn cliënten en betrokkenen die in een situatie van probleemgedrag terecht zijn gekomen, waarin de cliënt gedrag laat zien wat we lastig vinden, niet goed weten hoe we daarmee om moeten gaan. Als je die situaties van een afstandje gaat bekijken en denkt, maar wat is dit nu eigenlijk? Nou ja, dan zie je dat er 5 situatiekenmerken zijn en de eerste is: we zijn hier omdat een vader of moeder heeft gezegd, help mij om mijn kind te ondersteunen in de dag. Ik kan het niet meer aan, en elke ouder die voelt dat, hoe lastig het is om hulp te vragen, laat staan hulp die niet alle ouders krijgen. Ik kan mijn kind niet meer aan. Hij bijt mij, hij slaat mij. Wat voor slechte moeder zal ik dan wel niet kunnen zijn, dat is een behoorlijke belasting voor ouders om überhaupt die hulp te kunnen vragen. Maar het is wel de start waarop zorgprofessionals binnenkomen. En die start is heel wisselend. Of mensen zich gehoord en gezien voelden, of dat zorgprofessionals hebben gezegd: ja, mevrouw, u deed het ook niet zo goed, kom maar op, ga maar, wij nemen het even over, en wij gaan aan de slag. Dat is het eerste situatiekenmerk van deze complexe zorg. Dus daar gebeurt al heel veel in. Als je dan verder gaat kijken: het zijn kwetsbare situaties. Natuurlijk, een cliënt heeft een verstandelijke beperking, maar er is ook sprake van probleemgedrag, en dat gebeurt omdat iemand niet wordt begrepen. Omdat iemand niet zich voldoende kan uiten, of duidelijk kan maken wat zijn behoeftes en basisbehoeften daaronder zijn. Je bent dus enorm afhankelijk van wie er voor jou is. Welke begeleider stapt nu binnen? Gaat hij mij vandaag begrijpen of juist niet. Als ik hem aankijk, gaat hij me een instructie geven. Wat gebeurt er nou. Je bent zo afhankelijk van iemand anders die jouw kleinste signalen kan lezen, kan begrijpen en daarop kan handelen, zodat jij je veilig voelt, dus het zijn enorme kwetsbare situaties.
Host:
En dat zijn eigenlijk dus al twee dingen die maken of zorg goed kan landen, of kan, ja of het niet tussen de neuzen gaat zitten, dus één is, wat je zegt, de overgenomen zorg. Dus als ik me zo voorstel van: je hebt een situatie met je kind, en je komt er echt niet meer uit. Die stap als ouder nemen is al heel groot. Ik weet, wij werken met een project, een game ontwikkelaar die heeft ooit jouw boek gelezen, en die zei ook oh, dat hoofdstuk wat gaat over een moeder die ooit dan het besluit moet nemen om je kind, om de zorg samen met een zorginstelling te doen. Dat was hartverscheurend. En hoe je daar elkaar kan vinden is eigenlijk al stap één. Dat is wat je zegt met die eerste.
Vanessa:
Ja het bewustzijn, wat maakt dat we überhaupt met elkaar hier zitten, en dat we in deze situatie terecht zijn gekomen is al heel helpend. En de positie en de rol die familie gewoon heeft. Die hebben natuurlijk hun eigen normen en waarden. Die nemen het levensverhaal van hun kind ook mee, maar die komen wel in een hele rare setting terecht, waarin wij als zorgprofessionals een bepaalde taal gebruiken, of bepaalde manieren hebben zoals wij dat doen. Zij moeten zich daarin kunnen voegen, en wij moeten in hun normen en waarden, hun gezinssysteem ook een beetje voegen. Als je daarvan bewust bent, dat helpt al wat rust te creëren en minder snel tegenover elkaar te komen staan. Want in de complexe zorg maak je gewoon mee, dingen die je niet graag meemaakt, waarin je zelfwondingen oploopt of bij de cliënt zelfwond gedrag ziet. Dus meiden die zichzelf snijden, of zo ver met eetproblemen gaan, dat ze eigenlijk in het ziekenhuis terecht komen. Dus die tegenover elkaar staan, dat wil je voorkomen. Maar het gebeurt wel heel regelmatig. Dus die kwetsbaarheid is heel groot en de behoefte van ons als professionals om het te willen oplossen, en te begrijpen. Als er iets is wat ik ook als achtergrond als gedragskundige ook heb meegekregen, goede beeldvorming, diagnostiek, wat maakt nou dat het gaat zoals het gaat? Welke elementen zijn nodig, welke specifieke interventie moeten we inzetten? Want dan is het opgelost, of dan is het minder. Die druk, die wij toch ergens mee hebben gekregen in ons rugzakje als professional, doet ook iets in die situatie, want je gaat altijd op zoek naar: wat is het? We begrijpen het niet, en als ik het niet begrijp, ben ik dan misschien niet goed als gedragskundige, want ik moet het toch begrijpen, want dat heb ik geleerd op school. Het onkenbare probleemgedrag, je kan het gewoon nooit weten. Als je het beseft, tot je door laat dringen dat je nooit 100% in iemand anders zijn hoofd kan kijken, ik kan jou nooit helemaal begrijpen, Esmaralda.
Host:
Dat is een beetje jammer van je.
Vanessa:
Ja, ik probeer het elke keer weer, maar toch, je reageert soms net even anders dan ik had verwacht. En dat is niet anders bij cliënten. Maar omdat je als zorgprofessional de opdracht hebt gekregen, zorg dat die een goed leven krijgt dat hij zich kan ontwikkelen, dat de stappen zichtbaar zijn, heb je toch echt wel die neiging om het te willen oplossen. Nou, dat is te willen begrijpen.
Host:
Dat is het derde situatie-kenmerk dat je beschrijft. Onkenbaar probleemgedrag, en wat vraagt dat van de zorgverlener? Je zegt dat hebben we standaard in onze rugzakje gekregen in de opleidingen. Ook in onze eerste ervaringen als je begint met werken, wat vraagt dat dan? Om dat, daar open voor te staan?
Vanessa:
Het vraagt eigenlijk jezelf soms in de spiegel kijken. Ik mag het ook even niet weten, en dat is, bijna dagelijks merk ik dat nu ook binnen het werk wat ik nu doe. Het idee dat je bijna alles zou moeten kunnen weten, want je werkt al 20 jaar in deze zorg, dus je hebt toch alles wel eens meegemaakt, of je hebt net die studie als gedragskundige gehad. Dus al die boekenkennis die neem je mee. Maar jezelf in de spiegel durven aankijken en zeggen: ik weet het niet, ik mag het ook gewoon even niet weten, al is het maar even één minuutje, en dan een collega opzoeken, joh, hé, weet jij het misschien ook niet? Nou ja, dat is prima. Dat mag. Laten we dan samen gaan kijken wat wel kan, en waar we misschien iets in zien, laten we samen gaan puzzelen. Maar jezelf toestaan, soms, om het niet te weten, doet heel veel. En zeker als je verder in je opleidingen en je carrière gaat. Je maakt heel veel mee, maar ook wij werken nu al 20 jaar in deze zorg. Wij weten ook niet alles, en dat mag.
Host:
Jezelf die ruimte, jezelf, maar dus ook je omgeving die ruimte toestaan.
Vanessa:
Ja. En het laatste is, het gaat om complexe zorg, en daar gebeuren dingen in, die traumatisch kunnen zijn, die vervelend kunnen zijn. En het hoeft niet te gebeuren. En dat noem ik inherente onzekerheid. Er zit ergens een stemmetje, of een poppetje zeg ik ook wel eens, op je schouder. Stel nou dat ik jou nu verkeerd aankijk, wat ga jij dan doen? In het verleden heb jij die thee over mijn hoofd gegooid, kokend heet water, dat wil ik niet. Stel nou dat je dat weer gaat doen. De druk alleen al daarvan is best heel groot. En daarom zeggen we ook wel eens in de zorg: het is een bepaalde topsport die je aan het uitoefenen bent. Je hebt extra voelsprieten in je omgeving, wat nou als die cliënt zijn toon net iets hoger legt, we weten dat de andere cliënt daarop reageert, en dat die vervolgens de koekjes naar de ene cliënt gaat gooien, die vervolgens de ander aanvliegt. Je weet dat dat soort scenario's kunnen gebeuren. Het hoeft heel lang niet te gebeuren. Maar het zou kunnen gebeuren. En je bent zo alert op dat die mogelijkheid er is, dat het heel veel van je vraagt, dat het behoorlijk pittig werk is om te doen, en het vol te houden, maar dat je elkaar daar ook echt voor nodig hebt.
Host:
Als ik jou zo hoor, dan bekruipt me ook het gevoel dat ik denk, ja, je zegt topsport. Altijd aanstaan. Een soort alertheid, het ontschuldigt ook als ik jou zo hoor, van, het is niet: jij doet iets fout, of als er iets misgaat of de ander, of er is iets mis met die cliënt. Het is een interactie. Dat is ook weer tussen die neuzen. Dat moet ook op zichzelf wel ruimte geven, als je dit met mensen deelt. Of niet?
Vanessa:
Ja, als je deze vijf situatiekenmerken langzaam met elkaar doorspreekt, en er even bij stilstaat, oké, wat betekent dit voor mijzelf als professional, of wat betekent dit voor mij als familielid? Dat kan natuurlijk ook. Dan geef je jezelf ook wat de ruimte om weer te kijken, waar zit ik nu in. En dit is niet omdat jij iets doet, maar dit zijn de situaties waarin wij werken, en die vragen het nodige. Ik zie bijna letterlijk mensen die denken van, oh, maar als je het nu bij elkaar optelt, en we hebben ze nog niet eens alle 5 gehad, als je ze bij elkaar optelt, ja, dan is het ook wel heel veel wat ik misschien van mezelf vraag. Dan is het ook wel heel veel om die zorg te bieden die een ouder aan mij heeft gevraagd of toch even het niet te weten, die afhankelijkheid van de cliënt beter te zien. Het is nogal wat, wat je doet en alles wat je daarin blijft doen is enorm waardevol. En zeker als je naar het laatste situatiekenmerk kijkt, dan gaat het over relationele druk of relationele drukte. Dit zijn situaties waarin je veel mensen nodig hebt om de zorg te kunnen leveren. Het zijn intensieve begeleidingsvraagstukken. Over het algemeen zijn het grotere teams, omdat je elkaar moet kunnen afwisselen, omdat er best wel een druk op zit. Er zijn veel disciplines bij betrokken, een arts VG, een gedragskundige, een zorgmanager, een coach. Al die mensen moeten met elkaar leren samenwerken. En we denken nog wel eens makkelijk, oké, we hebben toch allemaal hetzelfde doel? We willen graag dat deze cliënt zinvolle dagbesteding heeft, dus ons doel is dat hij morgen twee uur op de dagbesteding terecht komt, en dat hij daar iets nuttigs doet. We hebben het idee, dat is makkelijk. We hebben hetzelfde doel. Maar werkelijk samenwerken en weten wat je van elkaar verwacht, wat ieders rol en taak daarin is, is helemaal niet zo vanzelfsprekend. Daar hebben we het eigenlijk te weinig over. En als je daarvan bewust bent, dat je met ieder individu eigenlijk in dat hele systeem moet leren samenwerken, maakt ook dat je gedoe wat beter kan verdragen. Want waar je met de één al veel langer samenwerkt, is het al veel meer ontspannen, en een nieuwe collega moet je daar weer in meenemen. En je moet elkaar leren kennen, en dat levert ruis, maar dat mag dus, want je moet met elkaar een systeem gaan vormen.
Host:
Als ik zo kijk naar situaties waar dingen tussen de neuzen vast is gelopen, dan zie je juist ook dat het werkt wanneer je gedoe functioneel maakt.
Vanessa:
Ja, het mag ook gewoon zijn. Gedoe hoort er ook gewoon een beetje bij. Want ik vind het altijd bijzonder als teams zeggen: oh ja, maar bij ons is er geen gedoe. We begrijpen elkaar, we zijn altijd het eens met elkaar. Dan gaat er bij mij een signaal af. Dat klopt niet, want je kan het niet allemaal weten, en je kan het nooit helemaal als team altijd doorgronden. Dus op het moment dat een team tegen mij zegt: ja, maar wij werken prima samen, nooit gedoe. We gaan altijd dezelfde kant op. Dan is er ook eigenlijk geen ruimte om elkaar kritisch te bevragen. Dan is er vaak ook geen ruimte om te kijken, hé, wat doe jij anders? Wat kan ik daarvan leren, en hoe kunnen we dan weer stapjes zetten.
Host:
Ja, die ruimte voor diversiteit ook in teams, dat mensen verschillend naar dingen kijken, en dat je daar ook ruimte en vertraging voor inbouwt om dat op tafel te krijgen, van hé, hoe zie jij dit? Je zegt net ook van ja, die bewustzijn en erkenning, dat eigenlijk al die kenmerken van invloed zijn op zo'n omgeving. Deze hele podcast gaat over dat probleemgedrag, contextueel, je beschrijft het net al heel erg mooi. Het zit niet in de cliënt, het zit niet in de zorgverlener. Het zit tussen de neuzen, vanuit de muren naar neuzen. Ik vind het een heel mooi beeld ook. Dat geeft ook dat je meer invloed kan hebben op die processen, als je het meer naar jezelf toe haalt, dat hoor ik je zeggen.
Vanessa:
Ja, meer invloed, in die zin, het helpt je om even stil te staan, waar sta ik nu eigenlijk in deze situatie? En er gebeurt heel veel, waardoor het makkelijker is om reactief te gaan handelen, terwijl je wil eigenlijk even een pas op de plaats, en om je heen kijken: met wie doe ik dit nu allemaal samen? En daar ligt veel meer invloed, als je het met elkaar kan doen. Want meerdere schouders maken de last gewoon kleiner. Juist het ervaren, oké, ik ben onderdeel van een systeem, van de context waarin we het met elkaar organiseren, helpt ook gewoon die rust weer vinden. En het ook niet continu op jezelf te betrekken. “Ik heb het toch niet goed gezien”. “In mijn dienst gebeurt het echt altijd dat die uit zijn plaats gaat”, plat gezegd. “Ik ben altijd degene die gewoon de po naar mijn hoofd krijgt. Dus het zal wel aan mij liggen”. Nee, het gaat om hoe doen we dit met elkaar, en waar vinden we elkaar. Hoe kunnen we jou helpen om je veilig te voelen zodat je ontspannen een situatie in kan. Wat kan een collega voor jou betekenen in deze? Dus het helpt juist ook om te kijken, wie staan er naast mij en hoe kunnen we dit samen stapje voor stapje doen.
Host:
Stel dat je nou als luisteraar luistert en je denkt, nou, dat klinkt mooi, dit wil ik ook. Maar mij bekruipt de vraag: en hoe dan? Hoe krijg je dit voor elkaar?
Vanessa:
Hoe dan? Ja, dat is stapje voor stapje, één is al bewustzijn, wat je met elkaar doet, waar je in zit, wat deze situaties kenmerkt. Het andere is ook weten en leren begrijpen dat als je dit met elkaar doet, dat er 7 vraagstukken zijn, en die 7 vraagstukken gaan voor een deel over: hoe loop je daar met elkaar in vast? Want het is soms lastig, maar er is ook altijd perspectief op dat je weer met elkaar in beweging komt. En die 7 vraagstukken kun je stapje voor stapje met elkaar doorspreken. Te zien: waar lopen we nou specifiek op vast? Waar zit het hem nou precies? En waar hebben we eigenlijk al ontzettend veel beweging. Want van die 7 vraagstukken, en dat noemen wij dus de organisatiedynamieken, is het nooit, echt nooit zo dat je in alle 7 volledig vastloopt. Er is altijd, op een bepaald front zijn er gewoon bewegingen, die kun je inzetten, en helpen om perspectief te zien. En je kan ook in de delen waar het wat meer vastloopt kijken, oké, welke acties kunnen we doen? Welke mechanismen kunnen we in beweging zetten om weer de goede kant op te komen?
Host:
Ja, en die 7 organisatiedynamieken die zijn te lezen in het boek “Bewegen bij probleemgedrag”, wat je samen met Wouter Landman hebt geschreven, wat voortkomt uit een actieonderzoek, waar je in eerste instantie die onderschatte situatie kenmerkt, die 5 die je net beschrijft, hebt opgediept, en hebt beschreven en die 7 organisatiedynamieken zie ik als ik dat, nou ja, lees en ook die factsheet zo voor me zie, dat zijn dan eigenlijk een soort van zo'n paneel met van die schuifjes waar je aan kan schuiven, als een soort van diagnose van je team, van hé, waar zit je op die organisatie dynamieken, waar zit het vast, en waar is er bewegingsmogelijkheid. Zie ik dat zo goed?
Vanessa:
Ja. Het is een soort van continue want je loopt nooit volledig vast, en je bent behoorlijk in beweging. Maar ja, voor je gevoel kun je altijd nog iets beter. Het is wel in samenhang. Ze zijn niet helemaal los van elkaar te zien en we hebben ze moeten opschrijven. Dus als je ze opschrijft, moet je ze in een bepaalde volgorde doen. Dat gaat automatisch, dus de eerste dynamieken gaan wel iets meer over de situatie dichterbij de cliënt. En de laatste dynamieken gaan iets meer over breder in die organisatiecontext.
Host:
Je zegt 7 vraagstukken. Bedoel je daarmee de 7 organisatiedynamieken die in je boek kan lezen?
Vanessa:
Ja, klopt. En ik zeg heel erg bewust vraagstukken, omdat het grotere puzzels zijn. Hoe doen we dit nou met elkaar? Hoe doen we dit in de samenwerking? Het zijn vraagstukken in de organisatiecontext. Dus daarmee maken we het organisatiedynamieken waarin je met elkaar zit, en er zijn er 7 van, en de eerste is iets meer gericht op de directe situatie van een cliënt, en de zevende gaat veel meer verder op in de organisatiecontext. Als je een boek schrijft, dan moet je het opschrijven, moet je bepaalde ordening geven, terwijl het is niet de één is belangrijker dan de ander. De een komt niet meer voor dan de ander, maar je hebt ergens een ordening in te brengen, om de lezer natuurlijk mee te nemen. En de eerste is bijvoorbeeld de attributiedynamiek, en dan gaat het echt over van: wie is het probleemgedrag. Is probleemgedrag een cliëntkenmerk, want deze situatie waarin crisis is, waarin je onder druk staat, is de reflex toch wel eens: ja maar het ligt aan hem. Als jij niet continu aan het zeuren en en zo was, dan gebeurde dit niet. Ja, ik kan jou niet altijd begeleiden, lieve Peter, je zal het af en toe zelf doen. Nou, je komt in een situatie terecht waarin strijd ontstaat, en je eigenlijk tegen de cliënt steeds zegt, jij bent het probleem, stop ermee, kappen en wegwezen. Dat is vastlopen in die attributiedynamiek. Terwijl wat we natuurlijk net ook al zeiden, het gaat over die interactie. Tussen personen, de manier waarop jij op mij reageert, maakt dat ik ontspan. Als je op een andere manier tegenover mij had gestaan, dan had ik wellicht iets bozer gekeken, of als ik tegen je ga schreeuwen. In die interactie ontstaat het. En het gaat daarom, om in beweging te kunnen komen, heb je die ruimte nodig om dat te kunnen zien. En als je dan verderop in de organisatiecontext kijkt, heb je ook een vraagstuk die gaat over schuld. Wie is nou eigenlijk die schuldige aan deze situatie? Want het wordt maar niet opgelost, en we proberen zo hard met elkaar te onderzoeken, wat maakt nou dat het gebeurt? Wat maakt nou dat het bij Jantje wel lukt en bij Pietje niet? Je bent op zoek naar de oorzaak, en die is er niet, en dan is het enerzijds of je gaat jezelf beschuldigen: “Ik doe het als begeleider niet goed, want het is altijd in mijn dienst of het is alleen al als de cliënt mij ziet, dan gaat ze, wordt ze onrustig, en dan krijg je stress”.
Host:
Dat werkt als een rode lap.
Vanessa:
Ik ben de rode lap. Ik moet vooral niet meer de diensten draaien als, of de schuld gaat naar je collega's toe. En dat kan heel klein zijn, al mopperend in dienst komen. O ja, die twee hebben samengewerkt, dus het zal wel. Zij hebben alle leuke dingen natuurlijk weer gedaan, en ik moet de bagger weer opruimen, want de stress blijft gewoon doorlopen en ik ben dan degene die in de late dienst weer met de cliënt weer terug in de structuur moet, in de rituelen, dus het ligt aan mijn collega's dat ik incidenten heb. Als je op het moment tegenover elkaar komt te staan, en je letterlijk die wijzende vingers voelt, dan is het best heel lastig om als collega's tegen elkaar te zeggen, stop. We zitten in deze situatie. We proberen heel veel. We hebben de beste intenties, maar het lukt gewoon niet altijd. Op het moment dat je je aangevallen voelt, omdat jij je werk niet goed doet, dat doet echt iets in mensen en dat is gewoon lastig. Nou, zo zijn er 7 vraagstukken waarin je met elkaar kan vastlopen, of in beweging kunt komen.
Host:
Ik heb het genoegen gehad om een tijdje met je te mogen samenwerken. Mijn begintijd van CCE was jouw staartje van CCE, en toen hebben wij samen gezeten met onze collega Annelies van Loon, met het idee, hé, dit is zo mooi, dit willen we ontsluiten bij teams. Op een charmante manier, dus daar hebben we een game van gemaakt. Deze 7 dynamieken kan je spelenderwijs gaan herkennen binnen je team en we noemen het eigenlijk een beetje spelen op het droge, want het is niet in je eigen situatie, maar het is echt, je kan het boek lezen, dat is ook fantastisch, begin bij hoofdstuk 4, zou ik zeggen. Dat helpt meteen je in je eigen situatie. En het spel is een manier om laagdrempelig met je team spelenderwijs te kijken van, hoe werken die dynamieken nou in ons team.
Vanessa:
Ja het helpt altijd om even terug te gaan naar wie is nou de cliënt, of wie zijn de cliënten waarvoor we hier zijn, en of je nou cliënten hebt op een woonafdeling binnen de ouderenzorg of als je op een RIBW aan de slag gaat of binnen de verstandelijk gehandicaptenzorg. Het gaat om cliënten en de mensen die daar omheen zitten. En hoe doe je dat met elkaar. Het helpt enorm dynamieken gaat over beweging. Het heet niet voor niks natuurlijk Bewegen bij Probleemgedrag, omdat het dynamisch is, en het ontwikkelt zich met die tijd en daar past ook een spelenderwijze aanpak bij. Ook om een stukje rust te creëren en de lol gewoon echt ook weer in je werk te zien. Het helpt om dit met elkaar te doen, en een spel is verbindend. Dat doe je als team, en of je als begeleidersteam dat doet, of als begeleiders met verwanten, dat kan natuurlijk ook. Of als multidisciplinair team. Het helpt om met elkaar al doende stapje voor stapje te bewegen, die dynamieken op te zoeken, te kijken hoe dat is voor een wat meer fictieve situatie, en dan terug te komen, oké, maar als wij dan nu in onze eigen situatie zitten, hoe bewegen wij? Hoe spelen wij dan op deze vraagstukken? Wat kunnen we daar met elkaar in doen?
Host:
Ja, je zei net al, die dynamieken hebben we opgeschreven en dat maakt dat je ze conceptueel uit elkaar moet trekken. En in de praktijk zijn ze meer met elkaar verweven. Je ziet ook in zo'n spel dat die dynamieken inderdaad zich gedragen als knop op een mengpaneel, dat mengpaneel waar we het net al eventjes over hadden. Ze maken samen geluid waar je dus in kunt bewegen. Dat an sich geeft al ruimte in het team. Dat je aan die knoppen met elkaar kan schuiven.
Vanessa:
Ja. Sowieso het zien als puzzeltjes of vraagstukken maakt al dat je minder de behoefte hebt om het op te lossen meteen, maar even die pauzeknop in te drukken.
Host:
Ja, maar nu zeg je iets heel belangrijks. Het niet willen oplossen meteen.
Vanessa:
Ja. Eerst kijken, waar zitten we met elkaar in, en wat gebeurt hier? En op welke van die 7 dynamieken zijn we aan het worstelen met elkaar? En je doet het met elkaar, en soms moet je dat eerst kunnen verdragen, om daar beweging in te krijgen, en het helpt om niet meteen in je eigen praktijk te zitten, want dan word je automatisch bijna in dat, in de dynamiek van het gaat niet lekker, of het is jouw schuld, of het ligt aan de cliënt. Daar word je bijna automatisch in getrokken en dat is logisch, want je zit in dat patroon. Je zit in die dynamiek. Terwijl in zo’n spel helpt het je om wel vanuit de cliëntensituatie vanuit gewoon dagelijkse praktijk te kijken naar wat gebeurt er dan? En vanuit die herkenning kun je weer naar je eigen praktijk kijken.
Host:
Wat bedoel je specifiek met vanuit je eigen praktijk kijken?
Vanessa:
Het dagelijkse werk wat je als zorgprofessional hebt. Het spel heeft natuurlijk een aantal casussen in zich. Daar zit niet de emotionele lading in, zoals je dat in je eigen dagelijkse praktijk hebt. Dus het geeft je al iets meer ruimte om te kijken, wat zijn de dynamieken, welke vraagstukken zijn er überhaupt? Als je daar een bewustwording op hebt, een herkenning in vindt, kun je dat makkelijker met elkaar terugnemen naar: oké, maar wij zitten in onze dagelijkse praktijk, en die is wel emotioneel geladen, want ik ben die begeleider die net gebeten is en ik vind het heel lastig dat ik van mijn collega te horen krijg dat het mijn schuld is. Omdat ik niet de regels heb vastgehouden, zoals we die hebben afgesproken. Die emotionele lading heb je niet bij het spel. Maar je leert wel over die dynamieken en die dynamieken helpen je dan weer, oké. Ik voel die schulddynamiek, en dan kun je hem gewoon op tafel leggen als die ...
Host:
Eigenlijk eerst uitzoomen en daarna inzoomen. En uitzoomen geeft de ruimte om wat met meer afstand en meer wat meer ruimte te kijken naar je eigen situatie.
Vanessa:
Ja, het is heel belangrijk in de hectiek soms van de dagelijkse praktijk, ook wat er sowieso speelt. Ik bedoel, de teams hebben het best heel moeilijk. Er zijn veel uitzendkrachten. Corona heeft natuurlijk best ook nog wel wat in de praktijk gedaan qua hoe doen we de dingen met elkaar. Dus de dagelijkse praktijk staat best wel onder druk. En juist even de rust weer vinden en te kijken: waar gaan we met elkaar naartoe, en hoe doen we dit met elkaar vooral, helpt om weer die rust terug te krijgen en ook te zien, ja, maar we doen eigenlijk al heel veel goed.
Host:
Maar dan denk ik, jij zegt rust en ruimte. En dan denk ik, oh, als luisteraar zit ik met mijn handen in het haar, want ik moet dat en dat en dat nog doen, en die tijd is juist, nou, iets waar het aan ontbreekt, als je niet oppast. Hoe faciliteer je dan om met elkaar zo’n spel te gaan spelen?
Vanessa:
Ja, en dat is natuurlijk niet anders dan in de dagelijkse praktijk waar het nu zit. Maar ik vraag mijn teams toch ook wel voor een deel, we gaan dit proces in, we gaan even vertragen, het helpt misschien nu voor je gevoel even niet, maar we hebben die vertraging nodig om daarna twee stappen vooruit te kunnen zetten. Dus durf je het met mij aan te gaan, om dat te doen. En ik weet, dat is enorm veel gevraagd op dit moment. Achteraf zijn ze blij dat ik ze soms aan de hand bijna mee neem. Op het moment is het soms wel lastig, want ze willen op de groep zijn, want er zijn dan weer uitzendkrachten. Dus het is niet makkelijk. Maar achteraf is het een helpend iets.
Host:
Ja, dus eigenlijk doe je ook het appel, en de uitnodiging: laat je helpen, laat je daarin ondersteunen, en het vraagt kracht om je eigen patronen en je eigen tempo even moedwillig stop te zetten en stil te zetten. En daarom hebben we het spel ook gewoon wel gemaakt, dat je het in anderhalf uur kan spelen. Op die manier ook te faciliteren, dat het niet, dus daar, als je denkt, ik ben nieuwsgierig geworden, kan je daar in ieder geval mee beginnen. Als je dan nog meer wil, dan kan je je door Vanessa of door iemand anders die dit goed onder de knie heeft, hier in begeleiden.
Vanessa:
Zeker.
Host:
Dank je wel Vanessa. Ik heb zo het idee dat we elkaar wel vaker tegen gaan komen, ergens. Lieve luisteraars, dank je wel voor het luisteren. En als je meer informatie wil, wat ik me kan voorstellen na zoveel informatie die we nu gehoord hebben, ga naar cce.nl/ Podcast. Tot de volgende keer.
Wil je meer weten over de organisatiedynamieken, bewegingsmechanismen of het boek Bewegen bij Probleemgedrag van Vanessa bestellen, alle informatie over deze aflevering en andere CCA Podcasts vind je in de shownotes, en op onze website, www.cce.nl/ Podcast.
Abonneer je op ExpertTales, dan krijg je een seintje als er een nieuwe aflevering online staat. Vind je deze podcast interessant, laat dan een reactie achter of sterren in jouw favoriete podcast app. Dan help je anderen ook deze podcast te vinden.
Masterclass: Bewegen bij probleemgedrag
Werk jij als zorgverlener in de gehandicaptenzorg? Dreigen situaties vast te lopen door ernstig en aanhoudend probleemgedrag? Is het perspectief zoek en lijkt het wel 'in de muren te zitten'? Dan kan een brede manier van kijken, verder dan de cliënt, helpend zijn in het uiteindelijk verbeteren van de situatie. Leer meer over de organisatiecontext en dynamieken tussen collega's én ga hier in de praktijk mee aan de slag: meld je dan aan voor de online Masterclass ‘Bewegen bij probleemgedrag’!
Vragen of opmerkingen over deze podcast? Neem contact met ons op via expertisemanagement@cce.nl