In de tweede aflevering van ExpertTales praten we nog even verder over het boek "Gedragen - Mensgericht samenwerken rondom dementie". Dit keer met auteurs Maritza Allewijn (Directeur PgD Expertise) en Anita Dortmans (coördinator CCE). Samen met Esmaralda bespreken ze de uitdagingen waar psychologen in de ouderenzorg én verzorgenden voor staan, de balans vinden tussen professionele richtlijnen en persoonlijke verbinding, en hoe creatieve oplossingen kunnen bijdragen aan respectvolle, mensgerichte zorg.
Het boek biedt zestien perspectieven van professionals op probleemgedrag bij mensen met dementie en benadrukt het belang van samenwerken en vertragen om tot duurzame oplossingen te komen. Maritza en Anita delen hun ervaringen en inzichten over de splijtende werking van probleemgedrag, de verbindende rol van de psycholoog en de ruimte voor jezelf zijn.
Luister naar ExpertTales
Te vinden in je favoriete podcast app! Abonneer je op de serie en krijg een seintje als er een nieuwe aflevering online staat. Laat ook een review achter - dan help je anderen het programma ook te vinden.
Je luistert naar een podcast van Centrum voor Consultatie en Expertise.
“De wederkerigheid is zo belangrijk, dat mensen niet alleen maar object zijn van zorg, maar iemand zijn, en ook iets terug mogen geven. Dus ik weet ook dat er verzorgenden zijn die vertellen over een huis dat ze willen kopen misschien, en ja, die overleggen dan met iemand van, wat vind jij? Zal ik dat doen of niet? Of wat vindt u? En dan wordt er wel eens naar gekeken van, nou, hoort dat bij je werk? Ja, ik vind dat dat bij je werk hoort.”
Wat vraagt probleemgedrag van jou als zorgverlener in de dagelijkse praktijk? Hoe doe je dat goed met je team? Waar loop je tegenaan, en wat betekent probleemgedrag eigenlijk. In deze CCE podcast ga ik, Esmaralda van ’t Net, in gesprek over dit en meer, voor experts, door experts. Welkom bij ExpertTales.
Host:
Lieve luisteraars, fijn dat jullie weer luisteren naar ExpertTales. Ik zit hier vandaag met Anita Dortmans en Maritza Allewijn, goeiedag.
Hallo, goeie dag. Hallo.
Host:
We hebben al eerder gesproken over het ontstaan van het boek waar jullie ook redacteur van zijn. Ik heb het hier voor me, het boek: “Gedragen”, en dat gaat over de rol van de psychologen en orthopedagogen in het werken met mensen met dementie, en dan vooral de mensgerichte zorg.
Maritza:
Zo is het.
Host:
Ik ken jullie, de luisteraars nog niet. Laten we eerst eens even beginnen met voorstellen.
Maritza:
Ik ben Maritza Allewijn, ik ben GZ psycholoog en ik werk al mijn hele werkzame leven en dat is best lang, al meer dan 40 jaar, in de ouderenzorg, altijd met mensen met dementie gewerkt. En ik geef ook les en trainingen aan psychologen en ik ben vooral geïnteresseerd in het werk dat verzorgenden doen en relaties, ook relaties met familieleden. En dat is het domein waar ik mijn hele leven lang, ja, op geacteerd heb en waar ik een grote passie voor heb.
Host:
Waar je je hard voor maakt.
Maritza:
Zeker, ook.
Host:
Dank je wel. Anita?
Anita:
Ja, ik ben Anita Dortmans, coördinator bij CCE, en daarnaast, of daarvoor was ik orthopedagoog, GZ psycholoog in de verstandelijke gehandicaptenzorg. En heb daarna de overstap gemaakt naar CCE als coördinator, en daarin begeleid ik consultatieprocessen, dus organisaties of soms families, cliënten die een aanmelding doen bij CCE, en ik begeleid het consultatieproces om samen te zoeken, samen te puzzelen naar een nieuwe manier om met een cliënt om te gaan, om ja, nieuw perspectief te zoeken. En mijn uitdaging daarin is en dat is ook mijn, ja, waarom ik dit boek zo interessant vond om aan mee te werken, om dat samen te maken om breder naar gedrag te kijken. Dus dat het, het gedrag heeft te maken met de context, het is nooit iets wat bij de cliënt alleen vandaan komt, maar het heeft altijd met de context te maken. Nou ja, dat is een beetje een begin, denk ik, voor dit gesprek.
Host:
Ik wou zeggen, we gingen voorstellen en we duiken meteen de diepte in. Maar dat hebben we ook de luisteraar beloofd. Dus laten we dat gewoon ook maar gewoon snel doen, want je maakt wel een mooi bruggetje, Anita, naar het hoofdstuk waaraan jij hebt bijgedragen in het boek. En daar beschrijf je ook hoe je probleemgedrag, of hoe we met elkaar probleemgedrag zien en ook het concept ‘meervoudigheid’ stip je daar aan. Kan je ons daarin meenemen, hoe we dat moeten begrijpen en moeten zien?
Anita:
Ja, nou, meervoudigheid, we hebben het over, in het boek over breed meervoudig en specifiek. En breed is dan vooral: kijk naar alle factoren die meespelen, alle feitelijke gegevens die we kunnen vinden. Wat is de levensloop? Wat is de eventuele, wat is de ziekte die iemand heeft? Persoonlijkheid. Ja, wat zijn de kenmerken van iemand? Maar dat zijn meer de feitelijke gegevens, maar daarnaast heb je de meervoudigheid zoals wij die noemen ook bij CCE, is dat, er spelen nog meer dingen mee daarin. En dan kan je het hebben over welke betekenis geeft iemand aan het gedrag? Of welk gevoel heeft iemand bij het gedrag. Als er iemand erg claimt of iemand noemt het als claimend gedrag, terwijl iemand anders zegt, van nou, ik weet dat hij mij opzoekt omdat hij mij nodig heeft, en iemand anders noemt het claimend. Nou, het feit dat je dat een andere naam geeft, geeft ook aan dat je daar een ander gevoel bij hebt. Dus dat hoort bij die meervoudigheid. Maar ook welke normen en waarden brengt iemand mee die met de persoon met dementie omgaat. Ik had gisteren een voorbeeld van een verzorgende die zei: Ja, ik vind het heel belangrijk dat mevrouw 's ochtends zo snel mogelijk gewassen is. Dat vind ik hygiënisch. Dat vond zij een belangrijke waarde. En ja, terwijl we het erover hadden, mevrouw wil graag zelf aangeven als ze gewassen wil worden, dan vindt ze het geen probleem. Maar als zij door de verzorgster gedwongen wordt op het moment dat het de verzorging uitkomt, dan is er wel een probleem. Kijk, als je op die manier met elkaar in gesprek kunt, dan, als je het daarover mag hebben, over die waarden en normen, dan wordt het breder dan het gedrag alleen. Maar dat hoort bij de meervoudigheid.
Host:
Dus als ik het goed begrijp, is meervoudigheid ook: je zit met elkaar aan tafel, stel met ouders, met kinderen, met verzorgenden, met andere betrokkenen, en iedereen kijkt vanuit zijn eigen bril naar een cliënt, of naar het gedrag van de cliënt. En daar is de cliënt ook nog eens een keertje degene in die een bril op heeft, en gewassen worden op een andere manier ervaart dan hoe een verzorgende dat ziet.
Anita:
En de manier waarop je naar de cliënt kijkt, bepaalt ook je gedrag. Dus als je het daarover mag hebben met elkaar, dus we hebben nu gisteren afgesproken, dan maak ik het meteen concreet. Maar dat de psycholoog met de zorg in gesprek gaat over hoe ze het gedrag zien, en hoe ze het ervaren, en wat zij belangrijk vinden. En dan, nou, als dat in ieder geval al uitgesproken is, dan kunnen ze daar verder mee. Dan kunnen ze daar nieuwe afspraken over maken met elkaar. Dus dat is, denk ik, ja, wat de meervoudigheid weergeeft.
Host:
Maar dat vraagt eigenlijk ook omgaan met verschillen, dat mensen verschillende, op een verschillende manier naar iets kunnen kijken.
Anita:
Zeker, ja. Want we hebben natuurlijk wel een benaderingsplan waarin we beschrijven hoe je met een cliënt omgaat. Maar je hebt ook, je brengt ook jezelf mee, en ik denk dat het belangrijk is om met elkaar te ontdekken: hoe kan je wat je afgesproken hebt om te doen, dat het ook bij jezelf klopt, bij jezelf als verzorgende. Omdat je, je moet echt zijn in de relatie met de bewoner. Als je je anders voordoet dan voelt iemand dat, dus er mogen verschillen zijn, maar je moet natuurlijk wel binnen het plan wat er ligt, dat wil je wel uitvoeren, maar de kleur kan anders zijn.
Host:
De kleur van de mens?
Anita:
Ja, de kleur van de mens, en dat maakt ook de relatie leuk en de bewoner weet dan ook bij die wordt er wel eens een grapje gemaakt. En bij die, die is wat zachter. Die houdt niet van grapjes en dat mag allemaal, en dat maakt het juist fijn, denk ik, dat maakt het echt.
Host:
Ja, en jullie hebben je boek geschreven in eerste instantie voor psychologen en orthopedagogen. Maritza, wat vraagt dit van een psycholoog of een orthopedagoog in het begeleiden van een team?
Maritza:
Ja, ik denk dat dat ook een kwestie is van aansluiten bij het team. Zoals Anita vertelt over het benaderingsplan, dat kan heel strak en technisch zijn. Ik hou daar niet van. Ik vind dat het benaderingsplan moet een richting geven, moet een beetje uitleg geven aan, ja, wat die bewoner nodig heeft, een beetje begrijpelijk maken waar het gedrag vandaan komt, en waar je ongeveer met elkaar naartoe wil. Maar verder vind ik dat je ook als psycholoog heel veel ruimte moet geven voor die eigen relatie. Ik vind dat eigenlijk nog belangrijker dan het je strak houden aan een plan van aanpak. Dat is denk ik niet waar het in de dementiezorg om gaat. Ik denk dat het echt gaat om veiligheid, om vertrouwdheid, om begrip en om relatie. Dat zijn echt hele belangrijke begrippen.
Host:
Dus Anita zei wel het aansluiten, en zo'n plan is eerder een kader waarbinnen je weet van met elkaar bewegen we hierbinnen, en als psycholoog je team begeleiden juist om je eigen kleur en je eigen relatie met een bewoner op te bouwen.
Maritza:
Ja, in dit geval, het was een aankleden, dat is vaak wel een heel belangrijke en ook moeilijk punt voor mensen. Heel veel mensen begrijpen niet zo goed dat ze zorg nodig hebben en dat is ze ook niet altijd uit te leggen. Dus die moeten intuïtief meegenomen worden in dat proces van 's ochtends weer die dag beginnen. Ja, dan vind ik het belangrijk om aan verzorgenden te vragen, hoe lukt het jou, hoe gaat het je lukken of wat, je komt die kamer binnen, en dan? Dus het gaat ook vaak om heel nabij en heel klein, ja, hoe kijk je, waar begin je mee als je een kamer binnenkomt. Dus het zijn allemaal de kleine dingen die mensen een gevoel van veiligheid geven.
Host:
Nou ja, en ook, dat hoorde ik Anita net ook zeggen, je eigen normen en waarden neem je mee, ik moet denken aan een voorbeeld van een vader van een vriendin van mij, die had zijn hele leven, was hij een nachtmens, dus die leefde ’s nachts. Die las die boeken, ging hij films kijken, gewoon in de stilte van de nacht, dus die sliep tot 01.00 uur. En toen kwam die in de zorg terecht, en moest hij 's ochtends inderdaad, precies wat jij zegt, opstaan en gewoon, dat was eigenlijk voer voor een problematische situatie. Dus het is ook, en dat lees ik ook in jullie boek, neem het levensverhaal mee van met wie je te maken hebt.
Anita:
Zeker, maar ook wel belangrijk om te weten dat dé oplossing niet bestaat, en in de vorige aflevering is dat verstandig doormodderen al aan de orde gekomen. Dat betekent eigenlijk dat je wel uiteraard streeft om het goede te doen voor de ander, voor deze bewoner, voor deze persoon, maar dat je ook weet dat er altijd wel, ja, moeilijkheden zullen blijven. Want dementie is een hele ingewikkelde ziekte, een heleboel begrijpen we ook echt niet, dus we proberen gewoon zoveel mogelijk aan te sluiten. In dit geval, en als iemand tot 13.00 uur in bed wil blijven liggen, dat kan nadelen hebben. Sommige mensen hebben dan diabetes, en moeten toch een beetje een ritme hebben in het eten en de medicatie toediening. Ja, dan wikken en wegen we en proberen we daar tussen allerlei ingewikkelde mijnen proberen we daar tussendoor te lopen, om toch, ja, een fijne dag te hebben voor mensen, ja.
Host:
En dan als je denkt, hé, we hebben iets te pakken, dan ontwikkelt de ziekte zich weer door.
Maritza:
Ja, dan kan er weer iets anders komen. Ja, dus je moet het ook leuk vinden om een beetje te puzzelen en te zoeken. Je moet niet denken van, nou, deze dag moet verlopen volgens zoals ik het in mijn hoofd heb. Je moet heel creatief zijn. Er wordt heel veel van verzorgenden gevraagd. Ik denk dat dat belangrijk is om eens te benadrukken. Het is een heel erg moeilijk vak, dat zorgen voor mensen met dementie. En de voorwaarden zijn niet altijd even gunstig, dus dat baart me ook wel eens zorgen en dat gedrag wat zo moeilijk is, dat ontstaat echt wel als er veel gedoe is in een organisatie, of als er veel zieken zijn, bijvoorbeeld, op de werkvloer. Dat merken mensen met dementie onmiddellijk. En dus we zien in het gedrag van mensen vaak terug hoe goed wij de zorg organiseren. En ik denk dat het belangrijk is dat we ons dat realiseren, dat is ook die meervoudigheid, denk ik.
Anita:
Nou, en dus ook dat, je hebt ook de faciliteiten nodig. Je hebt ook het management erbij nodig die je team ondersteunt, die het team de ruimte geeft om zich vrij te voelen, en om teambesprekingen te hebben. Dus dat is ook belangrijk, dat dat gefaciliteerd wordt. Maar goed, we zien dat dat steeds moeilijker wordt, omdat er minder mensen zijn. En ja, dat is wel. ja, dat baart me ook wel zorgen. Ja, terwijl, ja, die teambesprekingen, gisteren bij datzelfde overleg waren de teambesprekingen weggevallen. Omdat daar geen ruimte meer voor was. Ja, dat kan eigenlijk niet. Dan kan een psycholoog ook niet het werk doen, en dan kunnen de mensen ook niet goed werken, dus dat hebben we ook besproken. Dat moet toch weer opgepakt worden, ja.
Host:
Jullie zeggen nu beide iets wat bij mij iets opwekt, dat, Maritza, jij zei net, als het op het managementniveau, organisatieniveau niet goed geregeld is, dan merken we dat aan onze cliënten. Dan heeft dat gedrag eigenlijk ergens een signaalfunctie.
Maritza:
Ja, dat staat voor een behoefte, en één van de basisbehoeften is wel die veiligheid, maar herkenbaarheid, vertrouwdheid en om dat te kunnen bieden moet er een zekere innerlijke rust zijn bij de mensen die voor jou zorgen. Als je voelt dat je, dat er onrust is, of onvrede of overbelasting, mensen werken ook, moeten vaak veel te hard werken, zijn niet vrij in hun gedachten of in hun emoties, ja, dat gaat onmiddellijk, gaat dat in de relatie met de zorgvragers een rol spelen. En dan noemen we dat probleemgedrag, en dan kan je de weg op van medicatie of er moet iets gebeuren. Heel vaak ontstaat er ook verdeeldheid. Wordt er naar een schuldige gezocht. De psycholoog komt te weinig. De dokter geeft niet wat wij graag zouden willen. De andere teamleden zijn niet, we zitten niet op één lijn. Heel vaak dat soort opmerkingen hoor je, als er eigenlijk een soort escalatie aan de gang is, van kwaad tot erger. En het is denk ik voor psychologen een taak, maar voor iedereen die hierbij betrokken is, om weer terug naar boven te gaan met elkaar. En weer samen te komen, dat is verbinden met elkaar en goed te kijken, van, wat heeft die cliënt nou eigenlijk nodig? Dus samen verbinden, begrip hebben voor elkaar, vertrouwen hebben in elkaar. Ik geloof dat jij deskundig bent, of ook mogen zeggen, ik weet het ook niet precies.
Host:
En je zegt naar boven, waar naartoe?
Maritza:
Naar opwaarts, dus weer in positieve richting. Dus dat je met elkaar goede voorbeelden creëert. Gisteren ging het ineens goed. Ik heb geprobeerd wat we toen hebben afgesproken met elkaar, en het lukte, het werkte. Die mevrouw liet ineens iets anders van zichzelf zien, of was tevreden of ging wel met me mee onder de douche. Dus dat zijn, ja, de successen met elkaar weer voelen, vieren en ervaren. En dat bedoel ik met een opwaartse spiraal eigenlijk.
Anita:
Misschien kan ik er nog gaan toevoegen, dat dan ook, dat dan het interdisciplinaire werken ook zo belangrijk is. Om met, als psycholoog, als je dat merkt, dat je dat met de manager, of met wie daar dan ook de leiding geeft, dat je dat kan bespreken, van ik merk dat hier onrust is, en daar zullen we samen iets aan moeten doen. Dus dat je daar ook, dat je samen gaat zorgen dat het, dat het weer mogelijk is voor de medewerkers om hun werk te doen. Als er spanning is, of als er onrust is, ja, dat is iets om samen op te pakken, denk ik. Dus daar heb je elkaar voor nodig.
Maritza:
Zeker.
Host:
Dus eigenlijk moet je je als team zo vertrouwd en veilig met elkaar voelen dat je ook als je zegt, ah, er gaat hier iets fout, dat je dan niet het op jezelf betrekt of de schuld naar de ander wijst, maar dat je zegt, durf het met elkaar op tafel te leggen, en gaan we met elkaar kijken wat hier nodig is. Ik hoorde jou net ook zeggen, Maritza, het vraagt continu een creativiteit, dat moet je leuk vinden. Je moet dus dat signaal niet als denken: ik heb iets fout gedaan, ah het loopt vast, maar als een signaal, hé er wordt een appel gedaan op onze creativiteit.
Maritza:
Ja, en als verzorgenden goed in vorm zijn, zal ik maar zeggen, dan kunnen ze dat heel goed. Dus die, ja, die zorgen voor mensen en die kijken van hé, wat vindt iemand leuk, of waar gaat iemand op aan, en je ziet dat ze vaak heel creatief zijn in het aansluiten bij het individu. Dus ze weten dat achter de ene kamer iemand iets anders nodig heeft dan achter de andere kamer. En ook bijvoorbeeld in hoe mensen aangesproken worden. Ja, wij hadden een tijdje een bewoner en die noemde iedereen buurman, en die wilde ook graag zelf buurman genoemd worden. En dat was zo, je zag hem, dat, ja, dat hij zich daar veilig en vertrouwd bij voelde. En dan denk je, nou, wat een rare aanspreektitel, maar dat was voor hem een geuzennaam eigenlijk. En zo zie je, er wordt ook wel eens mevrouw Anita of zo gezegd, als iemand niet bij de voornaam aangesproken wil worden, maar toch een beetje ook weer wel. Dus je ziet ook in het taalgebruik dat mensen vaak aansluiten bij wie iemand is, of is geweest. Ja, dus daar zie je heel veel mooie voorbeelden in van creatief met elkaar omgaan, en zoeken naar waar zit de verbinding. Waar raak ik jou en waar raak jij mij, ja.
Host:
Ik moet denken aan het verhaal van mijn moeder, die zo'n verzorgende is, en die zo creatief is in haar manieren van aansluiten, dat ze gewoon een keer samen met een vrouw die zij verzorgde in de auto is gestapt. Ze had toen een cabrio, dak open, heerlijk, lekker rijden en zijn ze langs de huizen van haar eerste liefde gaan rijden. Die vrouw leefde helemaal op, die had de dag van haar leven. En mijn moeder ook. Mijn moeder geniet weer heel erg dan van die reactie. Want je hebt, dat zei jij, in het gesprek wat we eerder hebben gehad, Anita ook, van, het is wederzijds.
Maritza:
Ja, de wederkerigheid is zo belangrijk, dat mensen niet alleen maar object zijn van zorg, maar iemand zijn, en ook iets terug mogen geven. Dus ik weet ook dat er verzorgenden zijn die vertellen over een huis dat ze willen kopen misschien, en ja, die overleggen dan met iemand van wat vind jij? Zal ik dat doen of niet? Of wat vindt u? En dan wordt er wel eens naar gekeken van nou, hoort wat bij je werk? Ja, ik vind dat dat bij je werk hoort. En juist, ik denk dat dat zo’n huiselijke, veilige sfeer geeft, dat, en dan ben je ook weer iemand, als jou advies gevraagd wordt, dan doe je ertoe, dan tel je mee.
Anita:
Ja, want dat gebeurt vaak niet meer in verzorgingshuizen. Dat is in verpleeghuizen, er wordt voor je gezorgd en je krijgt bijna niet de kans om nog zelf te zorgen. Dus het is mooi als mensen ook een taak kunnen hebben in huis, en natuurlijk zinvol bezig kunnen zijn, dus dat is denk ik ook één van de belangrijke factoren om een probleemgedrag te voorkomen, is dat mensen zinvolle bezigheden hebben, en zinvol, zich zinvol voelen. Dus, ja, dat er activiteiten zijn, of ja, ik vind het alweer zo’n woord, een activiteit, maar dat er zinvolle bezigheden te doen zijn, dat je gewoon bijdraagt aan het huiselijke, aan het huiselijk bestaan.
Host:
Ja, dat zinvolle is voor iedereen anders?
Maritza:
Zeker.
Anita:
Ja, zo had ik een bewoner die was vroeger stoffeerder geweest, en die zette alle stoelen op zijn kop in de ruimte, in de gezamenlijke huiskamer, of de aparte huiskamer die er ook nog was. En dat zag er natuurlijk niet echt heel gezellig uit, dus de verzorgende deden snel hun best om het er weer huiselijk te laten uitzien. Maar toen bekend werd waarom hij dat deed, dat hij vroeger stoffeerder was, en dat hij echt met zijn werk bezig was, en toen werd het geaccepteerd, en toen dat ook aan familie werd verteld, konden zij ook het mooie ervan zien, in plaats van een rommel. Dus het is ook hoe je het uitlegt aan familie, en dat dat voor iemand belangrijk is.
Maritza:
Ja, dit is ook weer een voorbeeld van die meervoudigheid. Dus we zien, we zitten naar iets te kijken, en daar zijn verschillende betekenissen aan te geven, of vanuit de rol van het huis moet er netjes uitzien. Is het de betekenis ah, terug die stoelen. Als je hem breder maakt, en hem naar het levensverhaal van deze persoon brengt, terugbrengt, dan zie je nou, die meneer is iets aan het doen waar zijn hele leven mee bezig was.
Anita:
En mag hij zijn zoals die is. Mag hij, ja, waarom doet hij zoals die doet, want dat is wat we eigenlijk proberen te gaan begrijpen, in de hele analyse van gedrag van iemand, waarom doet iemand zoals die doet. En kunnen we dat begrijpen? En als we dat kunnen begrijpen, dan weten we ook wat we, hoe we ermee om moeten gaan.
Maritza:
Ja, of kan je het misschien accepteren. Of met een beetje slimmigheid kan je misschien ook samen die stoelen weer omdraaien, als dat echt nodig is. Dus dan kan je het ook een klein beetje mild bijsturen. Maar begrip is wel en ook een gezamenlijk begrip, dus dat je een zelfde visie hebt op waar je eigenlijk met elkaar naar kijkt. Ik denk dat is wel echt een beetje gedragskunde, dat is misschien ook wel waarom we het boekje toch eerst geschreven hebben voor gedragskundigen. Je probeert wel uit te leggen hoe bepaalde dingen in elkaar zitten. Hoe de hersens werken bijvoorbeeld, dat is toch echt wel van belang, dat je dat begrijpt, waarom. Of nou ja, wat het met iemand doet als daar hallucinaties zijn, of wat apraxie betekent voor, ja, hoe je met je omgeving omgaat, met je spulletjes. Dus dat is wel een beetje betekenis geven. Een beetje educatie is wel belangrijk. Daarom moet je als psycholoog ook wel echt verstand van zaken hebben, denk ik. Maar dat betekent niet dat jij de hele tijd moet zeggen wat er moet gebeuren. Dus die, dat begrip en die achtergronden, die theoretische kennis, dat is een bodem waarop je een goede relatie kan bouwen, denk ik.
Host:
Maar ja, als je iets creatiefs wil doen wat buiten de kaders lijkt te zijn, dan is het fijn als je een psycholoog of een orthopedagoog achter je hebt, die zegt, hé ja, maar wij weten met zijn allen dat dat helpt. Dat maakt, dat stimuleert ook de creativiteit in het team natuurlijk, als het gesteund wordt vanuit ervaring, vanuit kennis.
Anita:
Ja, en ben je ook bewust van de verschillende behoeften die er zijn bij een persoon. Want Kitwood heeft dat natuurlijk ook in kaart gebracht, van, welke behoeften er allemaal zijn. En ik denk ook dat de rol van de psycholoog het ook is, om daar mensen bewust van te maken, dat er verschillende behoeften zijn waar je aan wil voldoen, om iemand een prettig leven te geven, dus dat er verschillende factoren zijn. Dus dat is natuurlijk ook, ja.
Maritza:
Ja, dat die gedurende de dag ook nog kunnen schommelen, bijvoorbeeld. Dus je ziet heel veel dagverschillen, in de ochtend en het einde van de middag. Nou, als je je daar bewust van bent dat een ritme in zo’n dag belangrijk is. Ja, dat is eigenlijk allemaal die taak van verzorgenden om mensen goed hun dag door te leiden, dus dan kom je vaak wel een heel eind.
Host:
Het zijn niet alleen de behoefte van de bewoners, maar ook de behoefte van de verzorgenden toch?
Maritza:
Absoluut.
Anita:
Ja, dat vind ik heel mooi dat je dat zegt, want dat is heel belangrijk, dat je ook daaraan tegemoet kunt komen, van, hoe kun je, ja, wat we in het begin al zeiden, hoe kunnen zij hun werk goed doen, en wat hebben zij nodig om, ja, om de dag goed te kunnen doorbrengen. En ja, daar is teambegeleiding dus heel belangrijk voor.
Host:
Ja, we hebben het al een beetje, nou, ik weet niet of het al aangestipt hebben, maar in teams kan uitdagend of challenging behavior, nou, hoe je het ook noemt, probleemgedrag, weet je, daar zijn veel discussies over hoe je het noemt, daar blijven we vandaag even verre van, maar dat het ook een splijtende werking kan hebben in een team.
Maritza:
Ja, sterker nog, het heeft een splijtende werking, denk ik, want het doet iets met jou als mens. En dat is zo individueel dat het bijna niet, ja, hetzelfde kan zijn als bij je collega. Dus het heeft bijna altijd een splijtende werking en daarom vind ik dat verbinden zo belangrijk. Daar heb ik dan ook dat hoofdstuk over geschreven. En verbinden begint met vertellen hoe jij het ervaart, je eigen persoonlijke ervaring, en dan pas, ja, ik vind ook het thema rouwen eigenlijk wel belangrijk. Er gaan ook heel veel mensen dood in verpleeghuizen. Alle bewoners gaan uiteindelijk overlijden. Een heel enkele keer gaan ze nog naar elders, maar bijna iedereen overlijdt, daar staan we heel weinig bij stil. En er gebeuren soms ook dingen in de samenwerking waar ook over gerouwd moet worden. En de tijd nemen om samen te rouwen, of individueel te rouwen, wat heb jij meegemaakt. Een klap krijgen van een bewoner is eigenlijk al heel ingrijpend. Dat voel je nog als je thuis bent, niet alleen in je gezicht, maar ook in je ziel en als je daarbij stil kan staan, je kan dat verwerken, je kan het delen, en je kan, je hebt collega's die zeggen, goh, wat vervelend dat je het hebt meegemaakt. Wij gaan jou helpen om dit te voorkomen een volgende keer, dan kan je een stapje verder zetten. En professioneel weer gaan zoeken wat er nodig is. Dus team begeleiden is deels ook rouwen, is kijken naar de behoefte van verzorgenden en hen met elkaar verbinden om weer samen de schouders eronder te zetten.
Host:
Nou ja, en ook, jullie hebben het in het begin al een beetje aangestipt over dat de context zo, het faciliteren zo belangrijk is. En we zitten in een situatie dat er teams wisselen, dat er verloop is, dus je hebt een team opgebouwd. Je kan lezen en schrijven met elkaar, met de relatie met de met de bewoner, ja, en dan wijzigt er ook weer iets in dat team. Ik kan me ook voorstellen dat dat dat ook rouw ..
Maritza:
Ja dat geeft zelfs voor de psycholoog ook wel rouw, als er veel mensen weggaan, waar je fijn mee samenwerkt. Je hebt zo je ankerpunten in die teams, waar je al lang mee samenwerkt, en waar je, ja, die jou ook begrijpen en aanvaarden en ook wel begrijpen dat je niet iedere dag in topvorm bent of dat je ook niet alle oplossingen meteen weet, of iets wel eens vergeet. Ja, als die mensen vertrekken, dan moet je weer helemaal opnieuw dat krediet opbouwen eigenlijk, bij zo'n team en dat kost heel veel.
Host:
Ja.
Maritza:
Dus dat is allemaal de weerbarstige realiteit, en dat lees je niet in veel boekjes eigenlijk, als het gaat over probleemgedrag, dat staat ook niet helemaal in de richtlijn. Dus juist in ons boekje hebben we dat ook een beetje willen benadrukken, dat er zoveel een rol speelt, die meervoudigheid.
Anita:
Ja en die context, dat er nog veel meer in de context speelt dan misschien in de richtlijn benoemd staat.
Host:
Je hebt het over die context, mensgerichte zorg, mensgericht, we hebben het nu over de psycholoog gehad. We hebben het over behandelend team, verzorgenden team gehad. De bewoner is op tafel geweest. In de context zijn er natuurlijk ook familie en naasten.
Anita:
Ja, ja ik denk dat het heel belangrijk is, dat familie vanaf het begin heel betrokken is. En dat er, als iemand op de afdeling komt wonen dat je gaat, ja, eigenlijk al gaat kijken, het zou mooi zijn als je kunt gaan kijken, waar komt iemand vandaan. Dat je het leven van die persoon leert kennen, voordat hij op de afdeling komt wonen, zodat je weet van, wat is de achtergrond van iemand en dat je je familie daarbij kunt betrekken. En hoe kunnen we het leven, wat iemand had, hoe kan dat hier ook nog op een bepaalde manier doorgaan. Dat het niet, dat de bewoner zich niet hoeft aan te passen aan het systeem, maar dat het systeem zich aanpast aan de bewoner, aan de behoefte van de bewoner. Dat zou, dat is mooi, denk ik. Dat het, en daar heb je de familie constant bij nodig. Van hoe was het avondritme, wat waren de gewoontes in de avond, nam iemand nog een borreltje voor het slapen gaan? Keek hij nog TV of, en overdag, wat waren daar de gewoontes? Dus je hebt de familie zo erg nodig om ook probleemgedrag te voorkomen, denk ik. Want dan kan je de routines aanhouden. En zeker als het probleemgedrag er is, dan, maar liever zou je het nog willen voorkomen.
Host:
Ik kan me ook voorstellen, juist, dat de familie en naasten een bron van, voor creatieve oplossingen kunnen zijn.
Anita:
Ja, zeker familie kan meedenken, wat was voor iemand belangrijk vroeger. En waar haalde hij zijn zinvolle bezigheden vandaan? Ja, nu denk ik aan een voorbeeld dat, dat er een arts was op een afdeling en die kwam ook echt binnen, die daar woonde, en die kwam ook elke keer binnen van: beste dames, hoe gaat het hier. En op een gegeven moment had familie, die had voor die man röntgenfoto’s meegebracht, omdat dat zijn werk was geweest om röntgenfoto's te beoordelen. Dus die zaten in een mooie postmap die er vroeger nog waren. Daar zaten dan 5 röntgenfoto's in en die zat hij dan ‘s ochtends bij de koffie om 10 uur, kon hij die röntgenfoto's dus rustig doornemen, dus, ja, dat zijn van die, inderdaad van die mooie creatieve oplossingen dat je denkt van oh ja, dat zou de verzorging alleen niet bedacht hebben, dus daar, dan is het fijn als je daar familie voor bij betrekt.
Host:
Daar komt ook het samen weer terug.
Maritza:
En ook de relatie, want je moet ook met familie een relatie opbouwen, en we hebben heel uiteenlopende families. Dus familie komt allemaal met andere verwachting van wat je, hoe het verpleeghuis ongeveer zal werken. Wij vergeten wel eens uit te leggen hoe het ongeveer werkt, dus mensen zijn vaak heel erg zoekende van, ja, wat verwachten jullie eigenlijk van ons? Mag ik hier zelf koffie inschenken of niet? Of mag ik mijn familielid ook nog mee naar huis nemen? Dus die willen zich aanpassen aan de regels. Wij denken soms ook een beetje andersom, van, wij willen ons een beetje aanpassen aan jullie gewoontes en cultuur, dus dat is echt zoeken naar elkaar. En ik denk, wij zijn expert in het omgaan met mensen met dementie, maar zij zijn expert in hun eigen familie en zij kennen natuurlijk die hele levensloop. Ja, de bewoner is van hun uiteindelijk, niet van ons.
Host:
Mooi, ik hoor zo dat mensgerichte zorg voor dementie ook respectvolle zorg is, als ik dit zo beluister.
Maritza:
Ja en dat is, ja, dat zeg je mooi, ja.
Host:
Van alle kanten.
Maritza:
Ja en je zou denken, natuurlijk ben je respectvol als je in de zorg gaat. Je bent hulpverlener. Iedereen gaat met de intentie erin van respectvol zijn. Maar onder grote druk, en je wordt ook niet altijd met respect behandeld. Mensen, in hun dementie kunnen ze dingen tegen je zeggen die niet zo respectvol zijn, moet je heel professioneel zijn om dat vol te houden, en daar moet je elkaar in blijven voeden en steunen.
Host:
Nou ja, dan kom ik weer even terug op wat je net zei, die kennis die de psycholoog en orthopedagoog mee kan geven over ook het ziektebeeld. Wat kan je labelen als gedrag van, dat is normaal binnen die context van dementie, zodat je als verzorgende ook weet van, nou ja, dat kan ik in dat vaatje in mezelf opvangen. Ik neem het niet persoonlijk, ik adem door, we ademen met elkaar door, en we zoeken weer creatief het contact.
Maritza:
Ja, mooi verwoord.
Host:
Dank je wel voor dit gesprek.
Wil je meer weten over het boek ‘Gedragen’, of een exemplaar bestellen? Alle informatie over deze aflevering en andere CCE podcasts vind je in de shownotes en op onze website. www.cce.nl/ Podcast.
Daar vind je ook meer informatie over de workshop ‘Gedragen’. Voor psychologen en orthopedagogen die een leidende en verbindende rol willen spelen in hun organisatie.
Dus wil jij meer leren over werken vanuit een overtuigende mensgerichte visie, schrijf je dan nu in. Dat kan tot 1 juli 2024.
Abonneer je op ExpertTales, dan krijg je een seintje als er een nieuwe aflevering online staat. Vind je deze podcast interessant? Laat dan een reactie achter of sterren in jouw favoriete podcast app. Dan help je anderen ook deze podcast te vinden.
Vragen of opmerkingen over deze podcast? Neem contact met ons op via expertisemanagement@cce.nl