Deze website maakt gebruik van cookies

CCE maakt standaard gebruik van functionele en analytische cookies. Overige cookies plaatsen we alleen met jouw toestemming. Je kunt alle cookies accepteren of specifieke keuzes maken via de aangepaste instellingen

Meer informatie over cookies op deze website

Cookie instellingen

Selecteer de cookies die je wilt accepteren. Je kunt meer lezen over cookies en jouw privacy in onze statement.

Cookie-opties

Cookies die noodzakelijk zijn voor het functioneren van de website.

Analytische cookies houden anoniem bezoekgegevens bij die wij gebruiken om onze website te verbeteren.

Analytische cookies die extra tracking van webstieverkeer mogelijk maken om de website te verbeteren. Denk aan het gebruik van Hotjar voor het uitvragen van feedback op onze website.

Cookies van derden, zoals Youtube, Vimeo en Springcast, die worden uitgezet op onze website. Op onze website ontsluiten wij content van deze diensten voor o.a. video’s en podcasts. Deze cookies worden gebruikt om gepersonaliseerde aanbevelingen te geven en advertenties te tonen binnen video’s.

Strategiefase aanpak zelfverwonding

Dit artikel is onderdeel van een reeks artikelen over handelen bij zelfverwondend gedrag. Lees alle artikelen om een volledig beeld te krijgen van het methodisch proces voor de aanpak van zelfverwondend gedrag.

De strategiefase van het methodisch proces voor de aanpak bij zelfverwondend gedrag valt samen met het eerste overleg van het Diagnostisch Kernteam (DKT) . Het doel van deze eerste bijeenkomst is het maken van een planning en het opstarten van het diagnostisch proces. 

Aandachtspunten in strategiefase

In deze fase richt het DKT, bestaande uit minimaal een gedragskundige, een arts VG en een psychiater, zich op onderstaande punten. 

Informatie lezen en verzamelen

Tijdens de strategiebijeenkomst is het belangrijk dat de aanwezigen de verzamelde informatie bekijken en deze waar nodig aanvullen. Dat geeft inzicht in zaken die nog niet bekend zijn en in aanmerking komen voor verder onderzoek.

Eerste richtinggevende hypothesen

Iedere betrokkene krijgt bij het lezen en verzamelen van informatie een beeld van de situatie die leidt tot bepaalde vermoedens. Denk aan veronderstellingen over het ontstaan en voortbestaan van de zelfverwonding. De bespreking van deze vermoedens leidt tot keuzes over welke hypothesen verder onderzocht worden. In deze fase maken de betrokkenen daarover afspraken met elkaar, bijvoorbeeld wie welke hypothese verder onderzoekt. Hiervoor worden per discipline gezamenlijk onderzoeksvragen geformuleerd. Belangrijk is dat iedereen de relatie ziet tussen deze vragen en het ervaren probleem.

Nulmeting bij zelfverwonding

Een intensieve zoektocht naar de aanpak van zelfverwonding kost veel inspanningen van alle betrokkenen. Daarom is het van belang om de resultaten zorgvuldig te monitoren en meten. Dat start al in deze fase. Bij een nulmeting gaat het om het vastleggen van:

  • Frequentie: hoe vaak komt het gedrag voor?
  • Duur: hoe lang houdt het gedrag aan?
  • Intensiteit: wat is de intensiteit en wat zijn de fysieke gevolgen van het gedrag?

Organisatie rond aanpak zelfverwonding

Naast algemene organisatorische zaken is het in deze fase belangrijk om te beslissen over:

  • Wie deelnemen aan de overleggen van het Diagnostisch Kernteam;
  • Hoe andere betrokkenen over de voortgang geïnformeerd worden;
  • Hoe lang deze fase duurt.

Meer weten over de strategiefase? Lees hoofdstuk 3 van het boek ‘Zelfverwonding’.